BWBR0049662
Geldig vanaf 2024-05-07
Artikel 11
Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie
1. De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
2. De minister kent aan een project een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het project meer bijdraagt aan: 1° de doelstellingen van de subsidie;
2° de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, en;
3° de doelstellingen van Project Luchtvaart in Transitie.
1° de doelstellingen van de subsidie;
2° de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, en;
3° de doelstellingen van Project Luchtvaart in Transitie.
b. de wetenschappelijke excellentie hoger is;
c. de bijdrage aan de Nederlandse economie groter is;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, het samenwerkingsverband en de deelnemende partijen.
3. De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan eenzelfde project of aan een project dat minder dan 5 punten toegewezen heeft gekregen op een onderdeel.
6. Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot.
2. De minister kent aan een project een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het project meer bijdraagt aan: 1° de doelstellingen van de subsidie;
2° de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, en;
3° de doelstellingen van Project Luchtvaart in Transitie.
1° de doelstellingen van de subsidie;
2° de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, en;
3° de doelstellingen van Project Luchtvaart in Transitie.
b. de wetenschappelijke excellentie hoger is;
c. de bijdrage aan de Nederlandse economie groter is;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, het samenwerkingsverband en de deelnemende partijen.
3. De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan eenzelfde project of aan een project dat minder dan 5 punten toegewezen heeft gekregen op een onderdeel.
6. Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot.