BWBR0049603
Geldig vanaf 2024-08-01
Artikel 7
Beleidsregel experiment teambevoegdheid 10-14-onderwijs 2024-2029
1. Het experiment loopt van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2029.
2. Scholen die deelnemen aan het experiment dienen vanaf de start van het eerstvolgende schooljaar na beëindiging van het experiment weer aan de wettelijke voorschriften genoemd in artikel 3, eerste lid, te voldoen.
3. De Minister kan een besluit tot toekenning van deelname aan het experiment intrekken op de gronden, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Experimentenwet onderwijs, waarbij het besluit in elk geval kan worden ingetrokken:
a. indien een van de samenwerkende scholen een eindoordeel lager dan voldoende heeft ontvangen van de Inspectie van het Onderwijs;
b. indien de samenwerkende bevoegde gezagsorganen het betreffende projectplan niet of niet meer naleven;
c. indien de samenwerkende bevoegde gezagsorganen niet voldoen aan de informatieplicht als beschreven in artikel 8;
4. De Minister trekt de toelating of de toestemming voor deelname aan het experiment geheel of gedeeltelijk in, indien:
a. het bevoegd gezag van de school de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze beleidsregel niet naar behoren naleeft; of
b. het experiment naar het oordeel van de Minister te weinig bijdrage
levert aan de kwaliteit, de toegankelijkheid of de doeltreffendheid van het onderwijs.
2. Scholen die deelnemen aan het experiment dienen vanaf de start van het eerstvolgende schooljaar na beëindiging van het experiment weer aan de wettelijke voorschriften genoemd in artikel 3, eerste lid, te voldoen.
3. De Minister kan een besluit tot toekenning van deelname aan het experiment intrekken op de gronden, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Experimentenwet onderwijs, waarbij het besluit in elk geval kan worden ingetrokken:
a. indien een van de samenwerkende scholen een eindoordeel lager dan voldoende heeft ontvangen van de Inspectie van het Onderwijs;
b. indien de samenwerkende bevoegde gezagsorganen het betreffende projectplan niet of niet meer naleven;
c. indien de samenwerkende bevoegde gezagsorganen niet voldoen aan de informatieplicht als beschreven in artikel 8;
4. De Minister trekt de toelating of de toestemming voor deelname aan het experiment geheel of gedeeltelijk in, indien:
a. het bevoegd gezag van de school de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze beleidsregel niet naar behoren naleeft; of
b. het experiment naar het oordeel van de Minister te weinig bijdrage
levert aan de kwaliteit, de toegankelijkheid of de doeltreffendheid van het onderwijs.