BWBR0049596
Geldig vanaf 2024-04-22
Artikel 3.2
Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen
Criteria aan de hand waarvan in het kader van monitoring en evaluatie als bedoeld in artikel 3.1de doeltreffendheid en de effecten van het experiment worden bepaald, zijn:
a. het aantal gevallen waarin: 1°. Onze Minister informatie verstrekt;
2°. de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;
3°. melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;
4°. een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;
5°. een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en
6°. een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.
1°. Onze Minister informatie verstrekt;
2°. de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;
3°. melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;
4°. een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;
5°. een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en
6°. een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.
b. de mate waarin: 1°. overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;
2°. het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;
3°. beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;
4°. beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;
1°. overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;
2°. het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;
3°. beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;
4°. beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;
c. beantwoording van de vraag of: 1°. de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;
2°. er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;
3°. er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;
4°. verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.
1°. de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;
2°. er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;
3°. er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;
4°. verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.
d. de maatschappelijke baten van het experiment opwegen tegen de kosten daarvan.
a. het aantal gevallen waarin: 1°. Onze Minister informatie verstrekt;
2°. de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;
3°. melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;
4°. een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;
5°. een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en
6°. een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.
1°. Onze Minister informatie verstrekt;
2°. de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;
3°. melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;
4°. een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;
5°. een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en
6°. een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.
b. de mate waarin: 1°. overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;
2°. het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;
3°. beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;
4°. beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;
1°. overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;
2°. het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;
3°. beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;
4°. beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;
c. beantwoording van de vraag of: 1°. de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;
2°. er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;
3°. er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;
4°. verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.
1°. de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;
2°. er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;
3°. er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;
4°. verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.
d. de maatschappelijke baten van het experiment opwegen tegen de kosten daarvan.