BWBR0049596
Geldig vanaf 2024-04-22
Artikel 2.6
Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen
1. Onze Minister verstrekt geen informatie dan nadat het overheidsorgaan of de derde met hem een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft gesloten.
2. Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van het betreffende orgaan.
3. Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij niet verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, genoemd in het besluit, bedoeld in artikel 3.2 van de wet, dat is genomen op verzoek van het betrokken college.
4. Artikel 3.8, tweede lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op een verstrekking als bedoeld in het tweede lid.
2. Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van het betreffende orgaan.
3. Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij niet verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, genoemd in het besluit, bedoeld in artikel 3.2 van de wet, dat is genomen op verzoek van het betrokken college.
4. Artikel 3.8, tweede lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op een verstrekking als bedoeld in het tweede lid.