BWBR0049565
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 3.16
Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg
1. Om nader te waarborgen dat in het kader van de in artikel 2.4, derde lid, van de wetbedoelde taak, gegevens niet of niet verder worden verwerkt indien dit niet noodzakelijk is voor de bestrijding van fraude in de zorg in het kader van de instanties opgedragen wettelijke taken, deelt het Informatieknooppunt zorgfraude zijn verwerkingsproces op in treden, waarbij per trede wordt beoordeeld of een volgende trede van verrijking noodzakelijk is en welke verwerking in die trede mag plaatsvinden. Dit verwerkingsproces bestaat ten minste uit de volgende treden:
a. De eerste trede bestaat uit een beoordeling van de vraag of de door een instantie verstrekte gegevens volledig zijn en of de daarin vervatte identificerende gegevens of administratieve kenmerken juist zijn;
b. De tweede trede bestaat uit een beoordeling van de reikwijdte van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg aan de hand waarvan wordt bepaald welke van de instanties op voorhand kunnen worden uitgesloten als instantie van wie gegevens als bedoeld in dat lid moeten worden verzocht of aan wie gegevens als bedoeld in het derde lid van dat artikel moeten worden verstrekt;
c. De derde trede bestaat uit een beoordeling van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg die ziet op een betrokkene van wie, binnen de termijn, gesteld in artikel 3.17, eerste lid, al eerder gegevens aan het Informatieknooppunt zorgfraude zijn verstrekt en of deze gegevens worden samengevoegd;
d. De vierde trede bestaat uit een verzoek aan overeenkomstig onderdeel b beoordeelde relevante instanties tot verstrekking van de noodzakelijke gegevens tot verrijking van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg.
2. Indien het Informatieknooppunt zorgfraude voornemens is om een instantie te verzoeken om gegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verstrekken, of indien het Informatieknooppunt zorgfraude voornemens is om een verzoek tot verstrekking van gegevens te richten aan de Nederlandse arbeidsinspectie of de rijksbelastingdienst, waaronder de FIOD, doorloopt het Informatieknooppunt zorgfraude indien mogelijk eerst een of meerdere treden die niet een dergelijk verzoek bevatten.
a. De eerste trede bestaat uit een beoordeling van de vraag of de door een instantie verstrekte gegevens volledig zijn en of de daarin vervatte identificerende gegevens of administratieve kenmerken juist zijn;
b. De tweede trede bestaat uit een beoordeling van de reikwijdte van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg aan de hand waarvan wordt bepaald welke van de instanties op voorhand kunnen worden uitgesloten als instantie van wie gegevens als bedoeld in dat lid moeten worden verzocht of aan wie gegevens als bedoeld in het derde lid van dat artikel moeten worden verstrekt;
c. De derde trede bestaat uit een beoordeling van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg die ziet op een betrokkene van wie, binnen de termijn, gesteld in artikel 3.17, eerste lid, al eerder gegevens aan het Informatieknooppunt zorgfraude zijn verstrekt en of deze gegevens worden samengevoegd;
d. De vierde trede bestaat uit een verzoek aan overeenkomstig onderdeel b beoordeelde relevante instanties tot verstrekking van de noodzakelijke gegevens tot verrijking van de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg.
2. Indien het Informatieknooppunt zorgfraude voornemens is om een instantie te verzoeken om gegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verstrekken, of indien het Informatieknooppunt zorgfraude voornemens is om een verzoek tot verstrekking van gegevens te richten aan de Nederlandse arbeidsinspectie of de rijksbelastingdienst, waaronder de FIOD, doorloopt het Informatieknooppunt zorgfraude indien mogelijk eerst een of meerdere treden die niet een dergelijk verzoek bevatten.