BWBR0049565
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 3.14
Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg
1. De instanties verstrekken wanneer er sprake is van een aanleiding tot een vermoeden van fraude in de zorg uit eigen beweging de gegevens, bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.9, aan het Informatieknooppunt zorgfraude. Bij de beoordeling om gegevens te verstrekken worden in ieder geval de volgende elementen meegewogen:
a. de wijze waarop en de mate waarin feiten of omstandigheden betreffende de natuurlijke persoon, respectievelijk rechtspersoon, van wie gegevens worden verwerkt, afwijken van wat in een vergelijkbare situatie van diegene verwacht mag worden en in hoeverre deze afwijking een aanwijzing vormt voor een of meerdere verschijningsvormen van fraude in de zorg;
b. welk type gegevens de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg redelijkerwijs verder zou kunnen onderbouwen, dan wel ontkrachten;
c. de mate waarin de andere instanties redelijkerwijs over de in onderdeel b bedoelde gegevens zouden kunnen beschikken, of die gegevens zouden kunnen worden afgeleid uit de in artikel 2.4, tweede lid, van de wet bedoelde gegevensbronnen; en
d. de mate waarin het Informatieknooppunt zorgfraude op grond van artikel 2.4, eerste en tweede lid, van de wet redelijkerwijs beschikking zou kunnen krijgen over de in onderdeel b bedoelde gegevens.
2. De resultaten van de weging vormen onderdeel van de aan het Informatieknooppunt zorgfraude te verstrekken gegevens betreffende de aanleiding tot een vermoeden van fraude in de zorg.
a. de wijze waarop en de mate waarin feiten of omstandigheden betreffende de natuurlijke persoon, respectievelijk rechtspersoon, van wie gegevens worden verwerkt, afwijken van wat in een vergelijkbare situatie van diegene verwacht mag worden en in hoeverre deze afwijking een aanwijzing vormt voor een of meerdere verschijningsvormen van fraude in de zorg;
b. welk type gegevens de aanleiding tot het vermoeden van fraude in de zorg redelijkerwijs verder zou kunnen onderbouwen, dan wel ontkrachten;
c. de mate waarin de andere instanties redelijkerwijs over de in onderdeel b bedoelde gegevens zouden kunnen beschikken, of die gegevens zouden kunnen worden afgeleid uit de in artikel 2.4, tweede lid, van de wet bedoelde gegevensbronnen; en
d. de mate waarin het Informatieknooppunt zorgfraude op grond van artikel 2.4, eerste en tweede lid, van de wet redelijkerwijs beschikking zou kunnen krijgen over de in onderdeel b bedoelde gegevens.
2. De resultaten van de weging vormen onderdeel van de aan het Informatieknooppunt zorgfraude te verstrekken gegevens betreffende de aanleiding tot een vermoeden van fraude in de zorg.