BWBR0049558
Geldig vanaf 2025-02-01
Artikel 5
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024
1. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 16.274.000, waarvan:
a. € 4.805.000, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES;
b. € 9.914.000, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en
c. € 1.555.000, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
2. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 23.432.129, waarvan:
a. € 8.897.789 beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 12.685.449 beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en
c. € 1.848.891 beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
3. Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen naar rato verdeeld over de andere subsidieplafonds in het betreffende lid.
a. € 4.805.000, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES;
b. € 9.914.000, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en
c. € 1.555.000, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
2. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 23.432.129, waarvan:
a. € 8.897.789 beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 12.685.449 beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en
c. € 1.848.891 beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
3. Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen naar rato verdeeld over de andere subsidieplafonds in het betreffende lid.