BWBR0049412
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 8
Wet Adviescollege ICT-toetsing
1. Het Adviescollege bepaalt welke verzoeken om advies in behandeling worden genomen.
2. Het Adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, over een ICT-project of een informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan, de politie of de Raad voor de rechtspraak rechtstreeks uit aan respectievelijk het zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.
3. Indien een advies wordt uitgebracht aan een van beide kamers der Staten-Generaal, zendt het Adviescollege tegelijkertijd een afschrift van het advies aan:
a. Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van deze Minister;
b. Onze Minister die het aangaat, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan;
c. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van de politie;
d. Onze Minister voor Rechtsbescherming, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van de Raad voor de rechtspraak.
4. Het Adviescollege kan een naschrift over de maatregelen die zijn voorgesteld ter opvolging van een advies uitbrengen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Een naschrift als bedoeld in het vierde lid wordt niet aangemerkt als advies.
2. Het Adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, over een ICT-project of een informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan, de politie of de Raad voor de rechtspraak rechtstreeks uit aan respectievelijk het zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.
3. Indien een advies wordt uitgebracht aan een van beide kamers der Staten-Generaal, zendt het Adviescollege tegelijkertijd een afschrift van het advies aan:
a. Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van deze Minister;
b. Onze Minister die het aangaat, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan;
c. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van de politie;
d. Onze Minister voor Rechtsbescherming, indien het een advies betreft over een ICT-project of informatiesysteem van de Raad voor de rechtspraak.
4. Het Adviescollege kan een naschrift over de maatregelen die zijn voorgesteld ter opvolging van een advies uitbrengen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Een naschrift als bedoeld in het vierde lid wordt niet aangemerkt als advies.