BWBR0049325
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 5
Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs
1. Een vestiging wordt aanvullend bekostigd met een bedrag per eenheid onderwijskansenscore. Indien de vestiging een onderwijskansenscore heeft van nul, of die op grond van het vijfde lid wordt gelijkgesteld aan nul, dan wordt voor de desbetreffende vestiging geen aanvullende bekostiging verstrekt.
2. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent jaarlijks de onderwijskansenscore van elke vestiging op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op de teldatum zijn ingeschreven op een vestiging, en maakt deze zo spoedig mogelijk openbaar.
3. De onderwijskansenscore van een vestiging voor vmbo, havo of vwo is de uitkomst van de formule A − B en wordt als volgt berekend:
A = som van de uitkomsten van de formule C – D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 15% van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore, waarbij:
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo;
D = onderwijsscore van de leerling;
B = E x F x (C – G) waarbij:
E = aantal leerlingen van de vestiging;
F = drempelwaarde van 12%;
G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 15% leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore.
4. De onderwijskansenscore van een vestiging voor praktijkonderwijs is de uitkomst van de formule A − B en wordt als volgt berekend:
A = som van de uitkomsten van de formule C – D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 30% van alle leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore, waarbij:
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het pro;
D = onderwijsscore van de leerling;
B = E x F x (C – G) waarbij:
E = aantal leerlingen van de vestiging;
F = drempelwaarde van 0%;
G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 30% leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore.
5. De onderwijskansenscore, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. Indien de onderwijskansenscore negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.
6. De lijst met onderwijskansenscores wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 1bij deze regeling.
7. Het bedrag per eenheid onderwijskansenscore wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 2bij deze regeling.
8. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor vmbo, havo of vwo wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor vmbo, havo of vwo.
9. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor praktijkonderwijs wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor praktijkonderwijs.
10. Voor de toepassing van deze regeling wordt een vestiging waar zowel praktijkonderwijs als een andere schoolsoort wordt aangeboden, aangemerkt als twee vestigingen, te weten een vestiging voor praktijkonderwijs en een vestiging voor vmbo, havo en vwo.
2. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent jaarlijks de onderwijskansenscore van elke vestiging op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op de teldatum zijn ingeschreven op een vestiging, en maakt deze zo spoedig mogelijk openbaar.
3. De onderwijskansenscore van een vestiging voor vmbo, havo of vwo is de uitkomst van de formule A − B en wordt als volgt berekend:
A = som van de uitkomsten van de formule C – D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 15% van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore, waarbij:
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo;
D = onderwijsscore van de leerling;
B = E x F x (C – G) waarbij:
E = aantal leerlingen van de vestiging;
F = drempelwaarde van 12%;
G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 15% leerlingen ingeschreven op het vmbo, havo of vwo met de laagste onderwijsscore.
4. De onderwijskansenscore van een vestiging voor praktijkonderwijs is de uitkomst van de formule A − B en wordt als volgt berekend:
A = som van de uitkomsten van de formule C – D voor alle leerlingen van de vestiging die behoren tot de 30% van alle leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore, waarbij:
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen ingeschreven op het pro;
D = onderwijsscore van de leerling;
B = E x F x (C – G) waarbij:
E = aantal leerlingen van de vestiging;
F = drempelwaarde van 0%;
G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen die behoren tot de 30% leerlingen ingeschreven op het pro met de laagste onderwijsscore.
5. De onderwijskansenscore, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. Indien de onderwijskansenscore negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.
6. De lijst met onderwijskansenscores wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 1bij deze regeling.
7. Het bedrag per eenheid onderwijskansenscore wordt jaarlijks uiterlijk op 7 februari in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 2bij deze regeling.
8. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor vmbo, havo of vwo wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor vmbo, havo of vwo.
9. De aanvullende bekostiging voor een vestiging voor praktijkonderwijs wordt bepaald door de voor deze vestiging in bijlage 1opgenomen onderwijskansenscore te vermenigvuldigen met het in bijlage 2opgenomen bedrag per eenheid onderwijskansenscore voor praktijkonderwijs.
10. Voor de toepassing van deze regeling wordt een vestiging waar zowel praktijkonderwijs als een andere schoolsoort wordt aangeboden, aangemerkt als twee vestigingen, te weten een vestiging voor praktijkonderwijs en een vestiging voor vmbo, havo en vwo.