BWBR0049325
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 4
Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs
1. De verstrekking van aanvullende bekostiging op grond van deze regeling vindt telkens plaats voor één kalenderjaar.
2. De aanvullende bekostiging wordt berekend overeenkomstig artikel 5, waarbij gebruik wordt gemaakt van het aantal op de teldatum bekostigde leerlingen per vestiging. Voor de toepassing van deze regeling tellen de leerlingen als bedoeld in artikel 6.10, tweede en derde lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020voor 100% mee.
3. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk vastgesteld in de maand april in het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.
4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel daaraan voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De aanvullende bekostiging kan uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd worden vastgesteld op basis van een bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.
2. De aanvullende bekostiging wordt berekend overeenkomstig artikel 5, waarbij gebruik wordt gemaakt van het aantal op de teldatum bekostigde leerlingen per vestiging. Voor de toepassing van deze regeling tellen de leerlingen als bedoeld in artikel 6.10, tweede en derde lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020voor 100% mee.
3. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk vastgesteld in de maand april in het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.
4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel daaraan voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De aanvullende bekostiging kan uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd worden vastgesteld op basis van een bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.