BWBR0049304
Geldig vanaf 2024-03-01
Artikel 7
Algemene aanwijzingen tijdelijk certificaat jeugdbescherming en jeugdreclassering 2024
1. De certificerende instelling voorziet de beslissing om een overbruggingscertificaat te verlenen van een schriftelijke onderbouwing, waarbij zij in ieder geval in gaat op de toepasselijkheid van de gronden, bedoeld in artikel 4, eerste lid. In de onderbouwing gaat de certificerende instelling tevens in op de bij de gecertificeerde instelling geconstateerde tekortkomingen en de feiten, omstandigheden, observaties of andere relevante zaken op basis waarvan die tekortkomingen zijn geconstateerd.
2. De certificerende instelling voert drie maanden na de ingangsdatum van het overbruggingscertificaat een tussentijdse toets uit op de inspanningen van de gecertificeerde instelling om binnen de duur van het overbruggingscertificaat de benodigde verbeteringen door te voeren.
3. De certificerende instelling voorziet de beslissing om een beëindigingscertificaat te verlenen zonder daaraan voorafgaand een overbruggingscertificaat te verlenen of zonder dat overbruggingscertificaat te verlengen van een schriftelijke onderbouwing, waarbij zij in ieder geval in gaat op de overwegingen om geen overbruggingscertificaat te verlenen of te verlengen.
2. De certificerende instelling voert drie maanden na de ingangsdatum van het overbruggingscertificaat een tussentijdse toets uit op de inspanningen van de gecertificeerde instelling om binnen de duur van het overbruggingscertificaat de benodigde verbeteringen door te voeren.
3. De certificerende instelling voorziet de beslissing om een beëindigingscertificaat te verlenen zonder daaraan voorafgaand een overbruggingscertificaat te verlenen of zonder dat overbruggingscertificaat te verlengen van een schriftelijke onderbouwing, waarbij zij in ieder geval in gaat op de overwegingen om geen overbruggingscertificaat te verlenen of te verlengen.