BWBR0049285
Geldig vanaf 01-04-2024
Artikel 3.1.5
Regeling inrichtingen en activiteiten BES
1. Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen vindt plaats vanuit een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie en door of onder direct toezicht van deskundig personeel.
2. De afleverinstallatie, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als de brandstoftank vol is.
2. Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen vindt zodanig plaats dat morsen van brandstof zoveel mogelijk wordt voorkomen.
3. Gemorste brandstof wordt direct opgenomen met daarvoor geschikte absorptiemiddelen.
4. Het vulpistool of het uiteinde van de vulleiding van een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen op een bunkerstation wordt weggehangen boven een lekbak die minimaal de inhoud van een vulleiding kan bevatten.
5. Een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen wordt niet gebruikt voor het vullen van jerrycans en andere vaten met vloeibare brandstoffen.
2. De afleverinstallatie, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als de brandstoftank vol is.
2. Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen vindt zodanig plaats dat morsen van brandstof zoveel mogelijk wordt voorkomen.
3. Gemorste brandstof wordt direct opgenomen met daarvoor geschikte absorptiemiddelen.
4. Het vulpistool of het uiteinde van de vulleiding van een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen op een bunkerstation wordt weggehangen boven een lekbak die minimaal de inhoud van een vulleiding kan bevatten.
5. Een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen wordt niet gebruikt voor het vullen van jerrycans en andere vaten met vloeibare brandstoffen.
- Citeren als
- Art. 3.1.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049285
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl