BWBR0049285
Geldig vanaf 01-04-2024
Artikel 2.3.1
Regeling inrichtingen en activiteiten BES
1. Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen:
a. niet op of in de bodem geloosd;
b. gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening;
c. zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt;
d. adequaat verpakt.
2. Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd.
3. Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening.
4. Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen.
5. Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht.
a. niet op of in de bodem geloosd;
b. gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening;
c. zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt;
d. adequaat verpakt.
2. Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd.
3. Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening.
4. Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen.
5. Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht.
- Citeren als
- Art. 2.3.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049285
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl