BWBR0049082
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 42
Regeling sanering verkeerslawaai 2024
1. Indien een waterschap de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in artikel 41, eerste lid, niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van de minister onvolledig zijn, stelt de minister het waterschap binnen zes weken na de in artikel 41, eerste lid, genoemde termijn dan wel na ontvangst van deze stukken, in de gelegenheid om binnen een door de minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
2. Indien het waterschap niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de minister voor iedere week die het waterschap in gebreke blijft, bij de vaststelling van de projectbijdrage een korting toepassen van 2,5% van de verleende projectbijdrage.
3. Indien het waterschap de in het eerste lid genoemde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de minister de projectbijdrage vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende projectbijdrage.
4. De minister verrekent de korting, bedoeld in het tweede en derde lid, met de projectbijdrage. De verrekening vindt plaats bij de vaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de minister haar terug.
2. Indien het waterschap niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de minister voor iedere week die het waterschap in gebreke blijft, bij de vaststelling van de projectbijdrage een korting toepassen van 2,5% van de verleende projectbijdrage.
3. Indien het waterschap de in het eerste lid genoemde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de minister de projectbijdrage vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende projectbijdrage.
4. De minister verrekent de korting, bedoeld in het tweede en derde lid, met de projectbijdrage. De verrekening vindt plaats bij de vaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de minister haar terug.