BWBR0049082
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 28
Regeling sanering verkeerslawaai 2024
1. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen leidt een bronmaatregel aan de constructie van een weg gemiddeld over de levensduur tot een afname van de geluidbelasting vóór afronding van ten minste 1,0 dB op ten minste een geluidgevoelig gebouw in het cluster waarvoor de bronmaatregel wordt afgewogen.
2. Wanneer in een saneringsprogramma als maatregel een geluidscherm of -wal is opgenomen, legt de ontvanger het akoestisch onderzoek, het bestek, de kostenraming en de berekening van de gemiddelde schermkosten volgens bijlage 2bij deze regeling, voor aan de minister. De opdracht voor de uitvoering wordt niet eerder verleend dan nadat de minister heeft ingestemd met het ontwerp en de kostenraming. De minister besluit binnen zes weken op de toegezonden stukken. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken.
3. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen geldt voor geluidwerende maatregelen dat zij:
a. zijn opgenomen in een geldend besluit tot het treffen van maatregelen op grond van artikel 2.43 van de Omgevingswet;
b. voldoen aan gebruikelijke standaarden voor energie-isolatie en duurzaamheid van materialen;
c. niet leiden tot een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór sanering of, als ze wel daartoe leiden, niet leiden tot meerkosten ten laste van de bijdrage;
d. voor ventilatievoorzieningen waar mogelijk gebruik maken van de bestaande ventilatiemogelijkheden, rekening houdend met de eisen die aan het voldoende beperken van de geluidbelasting worden gesteld.
4. Maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, komen alleen voor een bijdrage in aanmerking als de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, c en d, niet kunnen leiden tot een geluidreductie als bedoeld in artikel 12.12, 12.13of 12.13a van het Bkl, en geluidwerende maatregelen, zo mogelijk in combinatie met geluidbeperkende maatregelen, niet kunnen leiden tot het voldoen aan artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl.
2. Wanneer in een saneringsprogramma als maatregel een geluidscherm of -wal is opgenomen, legt de ontvanger het akoestisch onderzoek, het bestek, de kostenraming en de berekening van de gemiddelde schermkosten volgens bijlage 2bij deze regeling, voor aan de minister. De opdracht voor de uitvoering wordt niet eerder verleend dan nadat de minister heeft ingestemd met het ontwerp en de kostenraming. De minister besluit binnen zes weken op de toegezonden stukken. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken.
3. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen geldt voor geluidwerende maatregelen dat zij:
a. zijn opgenomen in een geldend besluit tot het treffen van maatregelen op grond van artikel 2.43 van de Omgevingswet;
b. voldoen aan gebruikelijke standaarden voor energie-isolatie en duurzaamheid van materialen;
c. niet leiden tot een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór sanering of, als ze wel daartoe leiden, niet leiden tot meerkosten ten laste van de bijdrage;
d. voor ventilatievoorzieningen waar mogelijk gebruik maken van de bestaande ventilatiemogelijkheden, rekening houdend met de eisen die aan het voldoende beperken van de geluidbelasting worden gesteld.
4. Maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, komen alleen voor een bijdrage in aanmerking als de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, c en d, niet kunnen leiden tot een geluidreductie als bedoeld in artikel 12.12, 12.13of 12.13a van het Bkl, en geluidwerende maatregelen, zo mogelijk in combinatie met geluidbeperkende maatregelen, niet kunnen leiden tot het voldoen aan artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl.