BWBR0049006
Geldig vanaf 2023-12-07
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering startbouwimpuls
1. De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. De minister stelt de uitkering binnen 13 weken nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, ambtshalve overeenkomstig de verlening vast.
3. Indien uit de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 3, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de informatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger.
4. Onverminderd het derde lid, kan de minister de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:
a. de datum van de start bouw, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, niet wordt gehaald;
b. de datum van oplevering van het woningbouwproject, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, niet wordt gehaald;
c. de ontvanger de minister heeft geïnformeerd als bedoeld in artikel 6, derde lid, of dit heeft nagelaten.
2. De minister stelt de uitkering binnen 13 weken nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, ambtshalve overeenkomstig de verlening vast.
3. Indien uit de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 3, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de informatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger.
4. Onverminderd het derde lid, kan de minister de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:
a. de datum van de start bouw, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, niet wordt gehaald;
b. de datum van oplevering van het woningbouwproject, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, niet wordt gehaald;
c. de ontvanger de minister heeft geïnformeerd als bedoeld in artikel 6, derde lid, of dit heeft nagelaten.