BWBR0049006
Geldig vanaf 2023-12-07
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering startbouwimpuls
1. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering aan de in de uitkeringsbeschikking opgenomen woningbouwprojecten.
2. De start bouw vindt plaats vóór 31 december 2025 en het woningbouwproject wordt uiterlijk 31 december 2028 opgeleverd.
3. Indien naar het oordeel van de minister sprake is van een langere doorlooptijd van het woningbouwproject, kan de minister, in afwijking van het tweede lid, besluiten dat het woningbouwproject op een datum gelegen na 31 december 2028 kan worden opgeleverd.
4. De datums, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen door de minister met ten hoogste een jaar worden verlengd, op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek hiertoe van de ontvanger.
5. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2028.
6. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering vóór de datum, genoemd in het vijfde lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn met ten hoogste een jaar verlengen op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger.
2. De start bouw vindt plaats vóór 31 december 2025 en het woningbouwproject wordt uiterlijk 31 december 2028 opgeleverd.
3. Indien naar het oordeel van de minister sprake is van een langere doorlooptijd van het woningbouwproject, kan de minister, in afwijking van het tweede lid, besluiten dat het woningbouwproject op een datum gelegen na 31 december 2028 kan worden opgeleverd.
4. De datums, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen door de minister met ten hoogste een jaar worden verlengd, op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek hiertoe van de ontvanger.
5. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2028.
6. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering vóór de datum, genoemd in het vijfde lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn met ten hoogste een jaar verlengen op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger.