BWBR0048984
Geldig vanaf 01-01-2024
Artikel 5
Beleidsregel Handhaving openbaarmaking jaarverantwoording
1. Indien een zorgaanbieder artikel 40b, eerste lid, van de Wmg niet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Alvorens een last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder stelt de NZa in beginsel door middel van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om in een zienswijze aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom.
2. De NZa kan een last onder dwangsom opleggen aan een zorgaanbieder in het geval hij aan het einde van de termijn volgend uit het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting van artikel 40b van de Wmg heeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien.
3. De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.
4. De verbeuringstermijn van de last onder dwangsom bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 1.000,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 10.000,-.
5. In afwijking van het vierde lid bedraagt de dwangsom € 500,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,-, indien:
a. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de regeling;
b. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;
c. het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in artikel 2, vierde lid van de regeling;
d. aan een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de regeling ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend.
6. Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen ter aanmaning van de zorgaanbieder om te voldoen aan de verplichting van artikel 40b van de Wmg, stelt de NZa door middel van een tweede voornemen last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom.
7. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van de last onder dwangsom bedoeld in het tweede lid niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, kan de NZa een tweede last onder dwangsom opleggen.
8. De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.
9. De verbeuringstermijn bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 2.500,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,-.
10. In afwijking van het negende lid bedraagt de dwangsom € 1.250,- per kalenderweek, met een maximum van € 12.500,-, indien:
a. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling;
b. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;
c. het een zorgaanbieder betreft, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de regeling;
d. aan een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de regeling ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend.
11. Alvorens over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen stelt de NZa de zorgaanbieder in beginsel in de gelegenheid een zienswijze te geven.
12. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa op grond van artikel 85 van de Wmg een bestuurlijke boete opleggen.
13. Alvorens een bestuurlijke boete op te leggen, stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid om een zienswijze over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar voren te brengen.
14. De NZa maakt in beginsel geen gebruik van haar bevoegdheid om een aanwijzing op te leggen.
15. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa besluiten om een onderzoek te starten naar de ordelijkheid en controleerbaarheid van de bedrijfsvoering op grond van artikel 40a van de Wmg.
16. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa besluiten om de zaak over te dragen voor strafrechtelijke vervolging aan de daartoe bevoegde partij. Het niet naleven van artikel 40b van de Wmg is een economisch delict (artikel 1 onder 2° van de Wet op de economische delicten).
17. Inning en incasso van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes geschiedt door het CJIB, namens de NZa.
2. De NZa kan een last onder dwangsom opleggen aan een zorgaanbieder in het geval hij aan het einde van de termijn volgend uit het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting van artikel 40b van de Wmg heeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien.
3. De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.
4. De verbeuringstermijn van de last onder dwangsom bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 1.000,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 10.000,-.
5. In afwijking van het vierde lid bedraagt de dwangsom € 500,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,-, indien:
a. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de regeling;
b. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;
c. het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in artikel 2, vierde lid van de regeling;
d. aan een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de regeling ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend.
6. Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen ter aanmaning van de zorgaanbieder om te voldoen aan de verplichting van artikel 40b van de Wmg, stelt de NZa door middel van een tweede voornemen last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom.
7. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van de last onder dwangsom bedoeld in het tweede lid niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, kan de NZa een tweede last onder dwangsom opleggen.
8. De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.
9. De verbeuringstermijn bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 2.500,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,-.
10. In afwijking van het negende lid bedraagt de dwangsom € 1.250,- per kalenderweek, met een maximum van € 12.500,-, indien:
a. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling;
b. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de regeling waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;
c. het een zorgaanbieder betreft, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de regeling;
d. aan een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de regeling ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend.
11. Alvorens over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen stelt de NZa de zorgaanbieder in beginsel in de gelegenheid een zienswijze te geven.
12. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa op grond van artikel 85 van de Wmg een bestuurlijke boete opleggen.
13. Alvorens een bestuurlijke boete op te leggen, stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid om een zienswijze over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar voren te brengen.
14. De NZa maakt in beginsel geen gebruik van haar bevoegdheid om een aanwijzing op te leggen.
15. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa besluiten om een onderzoek te starten naar de ordelijkheid en controleerbaarheid van de bedrijfsvoering op grond van artikel 40a van de Wmg.
16. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan artikel 40b van de Wmg, dan kan de NZa besluiten om de zaak over te dragen voor strafrechtelijke vervolging aan de daartoe bevoegde partij. Het niet naleven van artikel 40b van de Wmg is een economisch delict (artikel 1 onder 2° van de Wet op de economische delicten).
17. Inning en incasso van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes geschiedt door het CJIB, namens de NZa.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048984
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl