BWBR0020078
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 40b
Wet marktordening gezondheidszorg
1. Een zorgaanbieder verantwoordt zich jaarlijks over het voorafgaande kalenderjaar door het openbaar maken van een jaarverantwoording.
2. De jaarverantwoording bestaat uit:
a. een financiële verantwoording;
b. de op grond van ministeriële regeling bij de financiële verantwoording te voegen informatie, en
c. de op grond van ministeriële regeling te vermelden andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van de financiële verantwoording waaronder de op te nemen toelichting omtrent de door de zorgaanbieder aangetrokken financiële derivaten;
b. het door een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, uit te voeren onderzoek van de financiële verantwoording;
c. de wijze en het tijdstip waarop de jaarverantwoording openbaar wordt gemaakt.
4. In de ministeriële regelingen, bedoeld in het tweede en derde lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van zorgaanbieders.
5. In afwijking van het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden over het geheel of gedeeltelijk niet openbaar maken van de jaarverantwoording door zorgaanbieders die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, hebben voldaan aan ten minste twee van de in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/395a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>genoemde vereisten. De artikelen 395a, tweede lid, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/398" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">398, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, worden regels gesteld over:
a. de wijze en het tijdstip waarop de niet-openbare jaarverantwoording wordt overgelegd aan Onze Minister; en
b. het verstrekken van de niet-openbare jaarverantwoording aan door Onze Minister aan te wijzen organisaties.
7. Dit artikel is tevens van toepassing op een geen rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders.
2. De jaarverantwoording bestaat uit:
a. een financiële verantwoording;
b. de op grond van ministeriële regeling bij de financiële verantwoording te voegen informatie, en
c. de op grond van ministeriële regeling te vermelden andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van de financiële verantwoording waaronder de op te nemen toelichting omtrent de door de zorgaanbieder aangetrokken financiële derivaten;
b. het door een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, uit te voeren onderzoek van de financiële verantwoording;
c. de wijze en het tijdstip waarop de jaarverantwoording openbaar wordt gemaakt.
4. In de ministeriële regelingen, bedoeld in het tweede en derde lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van zorgaanbieders.
5. In afwijking van het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden over het geheel of gedeeltelijk niet openbaar maken van de jaarverantwoording door zorgaanbieders die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, hebben voldaan aan ten minste twee van de in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/395a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>genoemde vereisten. De artikelen 395a, tweede lid, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/398" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">398, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, worden regels gesteld over:
a. de wijze en het tijdstip waarop de niet-openbare jaarverantwoording wordt overgelegd aan Onze Minister; en
b. het verstrekken van de niet-openbare jaarverantwoording aan door Onze Minister aan te wijzen organisaties.
7. Dit artikel is tevens van toepassing op een geen rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders.