BWBR0048981
Geldig vanaf 2023-12-01
Artikel 7
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028
1. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 2.708.120,00 per kalenderjaar.
2. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder b, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 4.044.439,00 per kalenderjaar.
3. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder c, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 120.710,00 per kalenderjaar.
4. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder d, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 328.845,00 per kalenderjaar.
5. Met ingang van het kalenderjaar 2024 kunnen de genoemde bedragen in telkens worden bijgesteld met het percentage dat de Minister van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar voor loonbijstelling heeft ontvangen, mits de Minister deze heeft ontvangen.
2. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder b, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 4.044.439,00 per kalenderjaar.
3. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder c, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 120.710,00 per kalenderjaar.
4. De subsidie ten behoeve van de in artikel 3, eerste lid, onder d, bedoelde activiteiten bedraagt ten hoogste € 328.845,00 per kalenderjaar.
5. Met ingang van het kalenderjaar 2024 kunnen de genoemde bedragen in telkens worden bijgesteld met het percentage dat de Minister van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar voor loonbijstelling heeft ontvangen, mits de Minister deze heeft ontvangen.