BWBR0048981
Geldig vanaf 2023-12-01
Artikel 3
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2024–2028
1. De Minister verstrekt aan de stichting voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2028 instellingssubsidie voor:
a. het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding;
b. het namens de Minister nemen van besluiten inzake leerlinggebonden subsidie aan tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen en de uitvoering daarvan;
c. het op verzoek van de Minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de Minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van de Europese scholen; en
d. het namens de Minister uitvoeren van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese scholen.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten wordt ten minste verstaan:
a. informatieverstrekking over het onderwijs aan ouders, scholen en overige belanghebbenden;
b. kwaliteitsbewaking en -bevordering door het adviseren en begeleiden van scholen op onderwijsinhoudelijk en bestuurlijk terrein; en
c. het bevorderen van professionalisering van leerkrachten en schoolleiding.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde activiteiten zijn bedoeld voor leerlingen van ouders afkomstig uit de Europese Unie en zijn gericht op aansluiting van deze leerlingen bij het Nederlandstalig onderwijs in Nederland en België, mits de leerlingen:
a. de Nederlandse taal zodanig beheersen dat zij in staat zijn het onderwijs bij de onderwijsvoorziening te volgen;
b. zich bevinden in de leeftijd van 2,5 tot en met 18 jaar;
c. zich bevinden en het onderwijs volgen buiten het Nederlands en Belgisch grondgebied; en
d. staan ingeschreven bij een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening.
a. het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding;
b. het namens de Minister nemen van besluiten inzake leerlinggebonden subsidie aan tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen en de uitvoering daarvan;
c. het op verzoek van de Minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de Minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van de Europese scholen; en
d. het namens de Minister uitvoeren van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese scholen.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten wordt ten minste verstaan:
a. informatieverstrekking over het onderwijs aan ouders, scholen en overige belanghebbenden;
b. kwaliteitsbewaking en -bevordering door het adviseren en begeleiden van scholen op onderwijsinhoudelijk en bestuurlijk terrein; en
c. het bevorderen van professionalisering van leerkrachten en schoolleiding.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde activiteiten zijn bedoeld voor leerlingen van ouders afkomstig uit de Europese Unie en zijn gericht op aansluiting van deze leerlingen bij het Nederlandstalig onderwijs in Nederland en België, mits de leerlingen:
a. de Nederlandse taal zodanig beheersen dat zij in staat zijn het onderwijs bij de onderwijsvoorziening te volgen;
b. zich bevinden in de leeftijd van 2,5 tot en met 18 jaar;
c. zich bevinden en het onderwijs volgen buiten het Nederlands en Belgisch grondgebied; en
d. staan ingeschreven bij een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening.