BWBR0048896
Geldig vanaf 2023-11-16
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling hernieuwbare warmteprojecten
1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de ontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
2. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot de subsidievaststelling bewaard.
3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
4. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
5. De onderneming of de groep, die actief is in de verwerking of de afzet van landbouwproducten, bedoeld in artikel 2, onderdelen 6 en 7, van de landbouwvrijstellingsverordening, geeft de subsidie niet geheel of gedeeltelijk door aan primaire producenten van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
6. De onderneming of de groep, die actief is als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector, hanteert een voor die activiteiten gescheiden boekhouding.
2. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot de subsidievaststelling bewaard.
3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
4. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
5. De onderneming of de groep, die actief is in de verwerking of de afzet van landbouwproducten, bedoeld in artikel 2, onderdelen 6 en 7, van de landbouwvrijstellingsverordening, geeft de subsidie niet geheel of gedeeltelijk door aan primaire producenten van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
6. De onderneming of de groep, die actief is als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector, hanteert een voor die activiteiten gescheiden boekhouding.