BWBR0048896
Geldig vanaf 2023-11-16
Artikel 11
Tijdelijke subsidieregeling hernieuwbare warmteprojecten
1. De subsidieaanvrager vraagt uiterlijk op 31 oktober 2024 17.00 uur de vaststelling van de subsidie aan met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt in ieder geval meegezonden:
a. indien van toepassing: een verklaring waarin wordt aangegeven wanneer een onderneming failliet is gegaan of de bedrijfsvoering heeft gestaakt;
b. informatie over de werkelijke steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader is verstrekt aan de onderneming of groep, waaronder het soort steun en het ontvangen steunbedrag;
c. een overzicht van de garanties van oorsprong waaruit de werkelijke productie van hernieuwbare warmte in de kalenderjaren 2021 en 2022 blijkt;
d. indien de onderneming of groep warmte levert aan afnemers buiten de onderneming en de groep: contracten voor de levering van hernieuwbare warmte over het kalenderjaar 2021 en 2022;
e. indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door geothermie: een rapport van een deskundige over het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie;
f. indien het subsidiebedrag tussen de € 25.000 en € 125.000 bedraagt: een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h, en 9, vijfde en zesde lid;
g. indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt: een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsultent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt voldaan aan de voorschriften bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht en waarin ten minste het volgende is opgenomen: 1°. De steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader werkelijk is verstrekt aan de onderneming;
2°. Een verklaring omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h en 9, vijfde en zesde lid.
1°. De steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader werkelijk is verstrekt aan de onderneming;
2°. Een verklaring omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h en 9, vijfde en zesde lid.
3. Het rapport, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, wordt opgesteld met gebruikmaking van een protocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
4. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, en de controleverklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, wordt opgesteld met gebruikmaking van een protocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen zestien weken na de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
2. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt in ieder geval meegezonden:
a. indien van toepassing: een verklaring waarin wordt aangegeven wanneer een onderneming failliet is gegaan of de bedrijfsvoering heeft gestaakt;
b. informatie over de werkelijke steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader is verstrekt aan de onderneming of groep, waaronder het soort steun en het ontvangen steunbedrag;
c. een overzicht van de garanties van oorsprong waaruit de werkelijke productie van hernieuwbare warmte in de kalenderjaren 2021 en 2022 blijkt;
d. indien de onderneming of groep warmte levert aan afnemers buiten de onderneming en de groep: contracten voor de levering van hernieuwbare warmte over het kalenderjaar 2021 en 2022;
e. indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door geothermie: een rapport van een deskundige over het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie;
f. indien het subsidiebedrag tussen de € 25.000 en € 125.000 bedraagt: een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h, en 9, vijfde en zesde lid;
g. indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt: een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsultent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt voldaan aan de voorschriften bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht en waarin ten minste het volgende is opgenomen: 1°. De steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader werkelijk is verstrekt aan de onderneming;
2°. Een verklaring omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h en 9, vijfde en zesde lid.
1°. De steun die op grond van paragraaf 2.1 van het tijdelijk crisiskader werkelijk is verstrekt aan de onderneming;
2°. Een verklaring omtrent de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 8, eerste lid, onderdelen c, e, g en h en 9, vijfde en zesde lid.
3. Het rapport, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, wordt opgesteld met gebruikmaking van een protocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
4. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, en de controleverklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, wordt opgesteld met gebruikmaking van een protocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen zestien weken na de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.