BWBR0048742
Geldig vanaf 17-10-2023
Artikel 4.1
Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025–2028
1. De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:
a) de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
b) niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c) er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Fonds Podiumkunsten. Daarnaast levert de subsidieontvanger minstens twee rechtenvrije foto’s aan, die het Fonds Podiumkunsten met naamsvermelding mag gebruiken in zijn communicatie-uitingen.
3. De subsidieontvanger in categorie III dient aan te tonen dat de solvabiliteit minimaal hoger is dan 0,50 op 31 december in de jaren 2024, 2025, 2026, 2027 en 2028. Hiertoe dienen gedurende de subsidieperiode 2025–2028 ieder jaar de jaarrekeningen van de organisatie aan het Fonds Podiumkunsten te worden gestuurd.
4. Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste tot en met het derde lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.
a) de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
b) niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c) er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Fonds Podiumkunsten. Daarnaast levert de subsidieontvanger minstens twee rechtenvrije foto’s aan, die het Fonds Podiumkunsten met naamsvermelding mag gebruiken in zijn communicatie-uitingen.
3. De subsidieontvanger in categorie III dient aan te tonen dat de solvabiliteit minimaal hoger is dan 0,50 op 31 december in de jaren 2024, 2025, 2026, 2027 en 2028. Hiertoe dienen gedurende de subsidieperiode 2025–2028 ieder jaar de jaarrekeningen van de organisatie aan het Fonds Podiumkunsten te worden gestuurd.
4. Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste tot en met het derde lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.
- Citeren als
- Art. 4.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048742
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl