BWBR0048651
Geldig vanaf 2023-10-01
Artikel 5
Regeling betreffende evidente staatloosheid en het identificatiedocument voor staatlozen
1. Het document, bedoeld in artikel 6 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, wordt op verzoek van de vreemdeling door Onze Minister vervangen, indien:
a. de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en
b. Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan.
2. Onverminderd het eerste lid wordt het document, bedoeld in artikel 6 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheidtelkens vijf jaren na de afgifte ervan, vervangen.
a. de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en
b. Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan.
2. Onverminderd het eerste lid wordt het document, bedoeld in artikel 6 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheidtelkens vijf jaren na de afgifte ervan, vervangen.