BWBR0048651
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 3
Regeling betreffende evidente staatloosheid en het identificatiedocument voor staatlozen
1. Het identificatiedocument bedoeld in artikel 6 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid is het document S, waarvan het vastgestelde model is opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.
2. Ter zake van de afdoening van een verzoek om het in het eerste lid bedoelde identificatiedocument te verstrekken, is de staatloze een bedrag van € 254,– verschuldigd en de minderjarige staatloze een bedrag van € 85,–.
3. De staatloze dient het verzoek, bedoeld in het tweede lid, in persoon in bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Bij de indiening van dat verzoek maakt de staatloze gebruik van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is gevoegd.
4. De staatloze haalt het identificatiedocument in persoon af bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
2. Ter zake van de afdoening van een verzoek om het in het eerste lid bedoelde identificatiedocument te verstrekken, is de staatloze een bedrag van € 254,– verschuldigd en de minderjarige staatloze een bedrag van € 85,–.
3. De staatloze dient het verzoek, bedoeld in het tweede lid, in persoon in bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Bij de indiening van dat verzoek maakt de staatloze gebruik van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is gevoegd.
4. De staatloze haalt het identificatiedocument in persoon af bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048651
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl