BWBR0048651
Geldig vanaf 2023-10-01
Artikel 3
Regeling betreffende evidente staatloosheid en het identificatiedocument voor staatlozen
1. Het identificatiedocument bedoeld in artikel 6 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheidis het document S, waarvan het vastgestelde model is opgenomen in bijlage 3van deze regeling.
2. Ter zake van de afdoening van een verzoek om het in het eerste lid bedoelde identificatiedocument te verstrekken, is de staatloze een bedrag van € 243,– verschuldigd en de minderjarige staatloze een bedrag van € 81,–.
3. De staatloze dient het verzoek, bedoeld in het tweede lid, in persoon in bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Bij de indiening van dat verzoek maakt de staatloze gebruik van het model dat als bijlage 4bij deze regeling is gevoegd.
4. De staatloze haalt het identificatiedocument in persoon af bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
2. Ter zake van de afdoening van een verzoek om het in het eerste lid bedoelde identificatiedocument te verstrekken, is de staatloze een bedrag van € 243,– verschuldigd en de minderjarige staatloze een bedrag van € 81,–.
3. De staatloze dient het verzoek, bedoeld in het tweede lid, in persoon in bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Bij de indiening van dat verzoek maakt de staatloze gebruik van het model dat als bijlage 4bij deze regeling is gevoegd.
4. De staatloze haalt het identificatiedocument in persoon af bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.