BWBR0048477
Geldig vanaf 2023-09-01
Artikel 8
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023
1. Als ingrijpend te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 13, onderdeel c;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27, onderdelen a en c;
c. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37 en 53, eerste lid.
2. Als productie-installaties die als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37, 41 en 53, eerste lid;
c. productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in artikel 81, eerste lid, onderdelen c tot en met g, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in: 1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020;
2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel e, f, g, i, k, l, m of n, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
3°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022;
1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020;
2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel e, f, g, i, k, l, m of n, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
3°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022;
d. productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in: 1°. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel h of j, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
2°. in artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.
1°. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel h of j, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
2°. in artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.
3. Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 37.
4. Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 13, onderdeel c;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, en 31;
c. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 35, 37, 39, eerste lid, 41, 43, 45, 47, 49, eerste lid, 51, 53, eerste lid, en 57, onderdeel e;
d. productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 75;
e. productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de artikelen 81, eerste lid, en 83, eerste lid;
f. productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in artikel 85, eerste lid.
a. productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 13, onderdeel c;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27, onderdelen a en c;
c. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37 en 53, eerste lid.
2. Als productie-installaties die als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37, 41 en 53, eerste lid;
c. productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in artikel 81, eerste lid, onderdelen c tot en met g, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in: 1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020;
2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel e, f, g, i, k, l, m of n, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
3°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022;
1°. artikel 68, onderdeel c of d, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020;
2°. artikel 83, eerste lid, onderdeel e, f, g, i, k, l, m of n, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
3°. artikel 85, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022;
d. productie-installaties waarmee broeikasgas wordt verminderd als bedoeld in: 1°. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel h of j, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
2°. in artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.
1°. artikel 83, eerste lid, onderdelen c tot en met h, indien deze worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel h of j, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021; of
2°. in artikel 87, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, g of h, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.
3. Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas door biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 27;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 37.
4. Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Besluit SDEKworden aangewezen:
a. productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 13, onderdeel c;
b. productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, en 31;
c. productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 35, 37, 39, eerste lid, 41, 43, 45, 47, 49, eerste lid, 51, 53, eerste lid, en 57, onderdeel e;
d. productie-installaties waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 75;
e. productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en permanent opgeslagen als bedoeld in de artikelen 81, eerste lid, en 83, eerste lid;
f. productie-installaties waarmee koolstofdioxide wordt afgevangen en gebruikt als bedoeld in artikel 85, eerste lid.