BWBR0048477
Geldig vanaf 2023-09-01
Artikel 7
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023
1. Een subsidie als bedoeld in de artikelen 81, 83en 85die is afgegeven op een aanvraag voor subsidie die is ingediend met toepassing van artikel 2, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– worden verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:
a. binnen twee weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger;
b. de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.
2. Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1opgenomen model.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.
4. Indien sprake is van een subsidie voor een productie-installatie voor hernieuwbare warmte of voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, wordt voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, de subsidie meegeteld die eerder voor de productie-installatie is verstrekt op grond van het Besluit SDEK, het Besluit SDE, de MEP of de OV-MEP, indien de periode waarover de hiervoor bedoelde subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.
5. Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 81, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, of artikel 83, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, en ook subsidie als bedoeld artikel 85, tweede, derde of vierde lid, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld.
a. binnen twee weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening is een uitvoeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger;
b. de subsidieontvanger heeft binnen vier weken na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.
2. Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1opgenomen model.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.
4. Indien sprake is van een subsidie voor een productie-installatie voor hernieuwbare warmte of voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, wordt voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, de subsidie meegeteld die eerder voor de productie-installatie is verstrekt op grond van het Besluit SDEK, het Besluit SDE, de MEP of de OV-MEP, indien de periode waarover de hiervoor bedoelde subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.
5. Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 81, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, of artikel 83, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, en ook subsidie als bedoeld artikel 85, tweede, derde of vierde lid, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld.