BWBR0048409
Geldig vanaf 2023-07-18
Artikel 9
Subsidieregeling Statushouders en Oekraïense ontheemden en de stap naar de klas
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregelingworden de volgende verplichtingen opgelegd aan de subsidieontvanger:
1. De subsidieontvanger informeert de minister wanneer de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma heeft afgerond;
2. Indien de statushouder of Oekraïense ontheemde tussentijds stopt met het ondersteuningsprogramma meldt de subsidieontvanger dit aan de minister. In dat geval kan de minister de subsidie lager vaststellen;
3. De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van, indien de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma voortzet in dienst van een ander bevoegd gezag. In dat geval kan de subsidieontvanger de subsidie aanwenden om de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma te laten voortzetten bij dat andere bevoegd gezag. De minister kan hiertoe een formulier beschikbaar stellen.
4. de subsidiabele activiteiten worden uiterlijk binnen twee jaar na de subsidieverstrekking afgerond.
1. De subsidieontvanger informeert de minister wanneer de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma heeft afgerond;
2. Indien de statushouder of Oekraïense ontheemde tussentijds stopt met het ondersteuningsprogramma meldt de subsidieontvanger dit aan de minister. In dat geval kan de minister de subsidie lager vaststellen;
3. De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van, indien de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma voortzet in dienst van een ander bevoegd gezag. In dat geval kan de subsidieontvanger de subsidie aanwenden om de statushouder of Oekraïense ontheemde het ondersteuningsprogramma te laten voortzetten bij dat andere bevoegd gezag. De minister kan hiertoe een formulier beschikbaar stellen.
4. de subsidiabele activiteiten worden uiterlijk binnen twee jaar na de subsidieverstrekking afgerond.