BWBR0048409
Geldig vanaf 2023-07-18
Artikel 6
Subsidieregeling Statushouders en Oekraïense ontheemden en de stap naar de klas
1. Voor het verstrekken van subsidie is voor het kalenderjaar 2023 in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–.
2. Voor het verstrekken van subsidie in het kalenderjaar 2024 is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.750.000,–. Van dit bedrag is in 2024 een bedrag van:
a. € 1.000.000,– beschikbaar voor scholen als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020; en
b. € 750.000,– beschikbaar voor scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC.
3. Voor het verstrekken van subsidie in het kalenderjaar 2025 is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.500.000,–. Van dit bedrag is in 2025 een bedrag beschikbaar van:
a. € 1.500.000 voor scholen als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020; en
b. € 1.000.000,– voor scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor maximaal vijf statushouders of Oekraïense ontheemden per bevoegd gezag.
5. Indien het desbetreffende voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid niet is uitgeput, worden de aanvragen in afwijking van artikel 5, eerste lidverdeeld over een zesde aanvraag per bevoegd gezag en vervolgens elke volgende statushouder of Oekraïense ontheemde, tot een maximum van tien aanvragen per bevoegd gezag. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
6. Indien na toepassing van het vierde lid het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, nog niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Indien na toepassing van het vierde lid het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, nog niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. Bij de verdeling van een ingevolge de eerste of tweede volzin toegevoegd budget, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
2. Voor het verstrekken van subsidie in het kalenderjaar 2024 is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.750.000,–. Van dit bedrag is in 2024 een bedrag van:
a. € 1.000.000,– beschikbaar voor scholen als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020; en
b. € 750.000,– beschikbaar voor scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC.
3. Voor het verstrekken van subsidie in het kalenderjaar 2025 is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.500.000,–. Van dit bedrag is in 2025 een bedrag beschikbaar van:
a. € 1.500.000 voor scholen als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020; en
b. € 1.000.000,– voor scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor maximaal vijf statushouders of Oekraïense ontheemden per bevoegd gezag.
5. Indien het desbetreffende voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid niet is uitgeput, worden de aanvragen in afwijking van artikel 5, eerste lidverdeeld over een zesde aanvraag per bevoegd gezag en vervolgens elke volgende statushouder of Oekraïense ontheemde, tot een maximum van tien aanvragen per bevoegd gezag. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
6. Indien na toepassing van het vierde lid het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, nog niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Indien na toepassing van het vierde lid het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, nog niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. Bij de verdeling van een ingevolge de eerste of tweede volzin toegevoegd budget, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.