BWBR0048402
Geldig vanaf 2023-07-18
Artikel 7
Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken AMR 2024–2027
1. Een penvoerder:
a. werkt mee aan een nader in te stellen aanvullend onderzoek met het oog op een duurzame bekostiging van de taken van de regionale zorgnetwerken AMR en het stimuleren en faciliteren dat de andere deelnemers in het regionale zorgnetwerk AMR daar eveneens aan meewerken;
b. communiceert via openbare bronnen, zoals via de website van het regionale zorgnetwerk AMR, over de voortgang van de activiteiten van het regionale zorgnetwerk AMR, haalt actief goede voorbeelden op bij de zorginstellingen en deelt deze, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven, kennisdeling platform, publicatie op de website en op informatiebijeenkomsten;
c. draagt er zorg voor dat er gedurende de subsidieperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de stuurgroep en het regionale coördinatieteam in stand blijven; en
d. draagt er zorg voor dat er, waar mogelijk, afgeronde initiatieven, producten en investeringen structureel geborgd blijven.
2. De regionale zorgnetwerken AMR ontwikkelen gezamenlijk met het RIVM een beperkt aantal indicatoren die de impact van de activiteiten van de regionale zorgnetwerken AMR in kaart kunnen brengen op het gebied van:
a. kwaliteit en reikwijdte van het regionale zorgnetwerk AMR; en
b. resultaat van de inhoudelijke taken, zoals surveillance, infectiepreventie, voorkomen verspreiding AMR en juist gebruik van AMR.
3. De penvoerder van een regionaal zorgnetwerk AMR maakt afspraken met de minister met betrekking tot het uitbrengen van tussentijds inhoudelijk en financieel verslag en gaat daarbij in op onder andere de voortgang van de activiteiten zoals beschreven in het activiteitenplan en de resultaten hiervan. De voortgangsrapportage dient dezelfde opbouw te hebben als de ingediende subsidieaanvraag.
a. werkt mee aan een nader in te stellen aanvullend onderzoek met het oog op een duurzame bekostiging van de taken van de regionale zorgnetwerken AMR en het stimuleren en faciliteren dat de andere deelnemers in het regionale zorgnetwerk AMR daar eveneens aan meewerken;
b. communiceert via openbare bronnen, zoals via de website van het regionale zorgnetwerk AMR, over de voortgang van de activiteiten van het regionale zorgnetwerk AMR, haalt actief goede voorbeelden op bij de zorginstellingen en deelt deze, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven, kennisdeling platform, publicatie op de website en op informatiebijeenkomsten;
c. draagt er zorg voor dat er gedurende de subsidieperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de stuurgroep en het regionale coördinatieteam in stand blijven; en
d. draagt er zorg voor dat er, waar mogelijk, afgeronde initiatieven, producten en investeringen structureel geborgd blijven.
2. De regionale zorgnetwerken AMR ontwikkelen gezamenlijk met het RIVM een beperkt aantal indicatoren die de impact van de activiteiten van de regionale zorgnetwerken AMR in kaart kunnen brengen op het gebied van:
a. kwaliteit en reikwijdte van het regionale zorgnetwerk AMR; en
b. resultaat van de inhoudelijke taken, zoals surveillance, infectiepreventie, voorkomen verspreiding AMR en juist gebruik van AMR.
3. De penvoerder van een regionaal zorgnetwerk AMR maakt afspraken met de minister met betrekking tot het uitbrengen van tussentijds inhoudelijk en financieel verslag en gaat daarbij in op onder andere de voortgang van de activiteiten zoals beschreven in het activiteitenplan en de resultaten hiervan. De voortgangsrapportage dient dezelfde opbouw te hebben als de ingediende subsidieaanvraag.