BWBR0048402
Geldig vanaf 2023-07-18
Artikel 3
Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken AMR 2024–2027
1. De activiteiten, bedoeld in artikel 2, bestaan uit:
a. coördinatie binnen de regio, communicatie en het onderhouden en uitbouwen van het regionale zorgnetwerk AMR door middel van relatiemanagement;
b. het zorgen voor een up-to-date beeld in de regio op het gebied van AMR en infectiepreventie, door het periodiek bijstellen van het regionaal risicoprofiel en beheersplan;
c. het bevorderen van de regionale dekkingsgraad en de doelmatigheid van landelijke surveillance door: i. het stimuleren van medisch microbiologische laboratoria, zorginstellingen en zorgverleners in de regio tot deelname aan nationale surveillance van uitbraken en zorginfecties; en
ii. het stimuleren van zorginstellingen, zorgorganisaties en zorgverleners dat zij aan landelijke partners regionale informatie beschikbaar stellen over dragerschap, resistentie, gebruik van antimicrobiële middelen en zorginfecties; en
iii. het vervullen van een verbindingsrol en het samenwerken met het Centrum Infectieziektebestrijding om in de regio voldoende deelname aan landelijke surveillance van gebruik van antimicrobiële middelen, zorginfecties en antimicrobiële resistentie te bewerkstelligen, zodat een goed en gestandaardiseerd regionaal en nationaal beeld ontstaat.
i. het stimuleren van medisch microbiologische laboratoria, zorginstellingen en zorgverleners in de regio tot deelname aan nationale surveillance van uitbraken en zorginfecties; en
ii. het stimuleren van zorginstellingen, zorgorganisaties en zorgverleners dat zij aan landelijke partners regionale informatie beschikbaar stellen over dragerschap, resistentie, gebruik van antimicrobiële middelen en zorginfecties; en
iii. het vervullen van een verbindingsrol en het samenwerken met het Centrum Infectieziektebestrijding om in de regio voldoende deelname aan landelijke surveillance van gebruik van antimicrobiële middelen, zorginfecties en antimicrobiële resistentie te bewerkstelligen, zodat een goed en gestandaardiseerd regionaal en nationaal beeld ontstaat.
d. het maken van transmurale werkafspraken over het delen van informatie over BRMO-dragerschap binnen het regionale zorgnetwerk AMR, evenals het stimuleren van de implementatie, het daadwerkelijke gebruik en de doorontwikkeling van de regionale transmurale werkafspraken door zorgaanbieders, waaronder een regionale tool voor het signaleren en delen van informatie over BRMO-dragerschap in de keten;
e. het verbeteren van de infectiepreventie en het verminderen van het aantal zorginfecties in de regio door het stimuleren en faciliteren van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de infectiepreventie in zorginstellingen en zorgorganisaties, volgens de door beroepsgroepen vastgestelde richtlijnen en passend bij de werkwijze die aansluit bij de organisaties binnen het regionale zorgnetwerk AMR;
f. het stimuleren en faciliteren dat zorgaanbieders het regionale zorgnetwerk gebruiken voor advies over bestrijdingsmaatregelen bij uitbraken van BRMO, en dat het regionale zorgnetwerk AMR ondersteuning biedt bij te nemen bestrijdingsmaatregelen;
g. het verzorgen, stimuleren en ondersteunen van kennisdeling en deskundigheidsbevordering over infectiepreventie en AMR aan zorginstellingen en professionals werkzaam (of in opleiding) in de extramurale en intramurale zorg;
h. het bevorderen van juist voorschrijven van antimicrobiële middelen door zorgaanbieders in de regio, bijvoorbeeld door het stimuleren van het gebruik van spiegelinformatie; en
i. het aanstellen van een gezamenlijke en landelijke coördinator door de regionale zorgnetwerken AMR die hen begeleid en ondersteunt bij de subsidiabele activiteiten.
2. De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover afdoende onderbouwd is dat en hoe de resultaten van alle activiteiten geïmplementeerd zullen worden. Een goede implementatie houdt in dat:
a. de resultaten goed overdraagbaar zijn binnen zorginstelling(en) (openbare gezondheidszorg, cure of care);
b. de subsidieaanvrager aannemelijk maakt dat er voldoende draagvlak en kans van slagen is voor het project;
c. er een business case is voor continuering na afloop van het subsidietraject, dus geschikt voor een duurzaam gebruik;
d. alle producten die voortkomen uit de activiteiten met eenieder “om niet” gedeeld worden en de subsidie niet wordt aangewend voor het verrichten van economische activiteiten; en
e. de randvoorwaarden voor implementatie binnen de zorginstelling(en), waaronder openbare gezondheidszorg, cure of care, en verdere borging goed in kaart gebracht zijn.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. fundamenteel wetenschappelijk, surveillance en het opzetten van een eigen surveillance-databank, waar dat landelijk al gebeurt; of
b. taken op het gebied van bestrijding van uitbraken en reguliere taken van zorginstellingen.
a. coördinatie binnen de regio, communicatie en het onderhouden en uitbouwen van het regionale zorgnetwerk AMR door middel van relatiemanagement;
b. het zorgen voor een up-to-date beeld in de regio op het gebied van AMR en infectiepreventie, door het periodiek bijstellen van het regionaal risicoprofiel en beheersplan;
c. het bevorderen van de regionale dekkingsgraad en de doelmatigheid van landelijke surveillance door: i. het stimuleren van medisch microbiologische laboratoria, zorginstellingen en zorgverleners in de regio tot deelname aan nationale surveillance van uitbraken en zorginfecties; en
ii. het stimuleren van zorginstellingen, zorgorganisaties en zorgverleners dat zij aan landelijke partners regionale informatie beschikbaar stellen over dragerschap, resistentie, gebruik van antimicrobiële middelen en zorginfecties; en
iii. het vervullen van een verbindingsrol en het samenwerken met het Centrum Infectieziektebestrijding om in de regio voldoende deelname aan landelijke surveillance van gebruik van antimicrobiële middelen, zorginfecties en antimicrobiële resistentie te bewerkstelligen, zodat een goed en gestandaardiseerd regionaal en nationaal beeld ontstaat.
i. het stimuleren van medisch microbiologische laboratoria, zorginstellingen en zorgverleners in de regio tot deelname aan nationale surveillance van uitbraken en zorginfecties; en
ii. het stimuleren van zorginstellingen, zorgorganisaties en zorgverleners dat zij aan landelijke partners regionale informatie beschikbaar stellen over dragerschap, resistentie, gebruik van antimicrobiële middelen en zorginfecties; en
iii. het vervullen van een verbindingsrol en het samenwerken met het Centrum Infectieziektebestrijding om in de regio voldoende deelname aan landelijke surveillance van gebruik van antimicrobiële middelen, zorginfecties en antimicrobiële resistentie te bewerkstelligen, zodat een goed en gestandaardiseerd regionaal en nationaal beeld ontstaat.
d. het maken van transmurale werkafspraken over het delen van informatie over BRMO-dragerschap binnen het regionale zorgnetwerk AMR, evenals het stimuleren van de implementatie, het daadwerkelijke gebruik en de doorontwikkeling van de regionale transmurale werkafspraken door zorgaanbieders, waaronder een regionale tool voor het signaleren en delen van informatie over BRMO-dragerschap in de keten;
e. het verbeteren van de infectiepreventie en het verminderen van het aantal zorginfecties in de regio door het stimuleren en faciliteren van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de infectiepreventie in zorginstellingen en zorgorganisaties, volgens de door beroepsgroepen vastgestelde richtlijnen en passend bij de werkwijze die aansluit bij de organisaties binnen het regionale zorgnetwerk AMR;
f. het stimuleren en faciliteren dat zorgaanbieders het regionale zorgnetwerk gebruiken voor advies over bestrijdingsmaatregelen bij uitbraken van BRMO, en dat het regionale zorgnetwerk AMR ondersteuning biedt bij te nemen bestrijdingsmaatregelen;
g. het verzorgen, stimuleren en ondersteunen van kennisdeling en deskundigheidsbevordering over infectiepreventie en AMR aan zorginstellingen en professionals werkzaam (of in opleiding) in de extramurale en intramurale zorg;
h. het bevorderen van juist voorschrijven van antimicrobiële middelen door zorgaanbieders in de regio, bijvoorbeeld door het stimuleren van het gebruik van spiegelinformatie; en
i. het aanstellen van een gezamenlijke en landelijke coördinator door de regionale zorgnetwerken AMR die hen begeleid en ondersteunt bij de subsidiabele activiteiten.
2. De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover afdoende onderbouwd is dat en hoe de resultaten van alle activiteiten geïmplementeerd zullen worden. Een goede implementatie houdt in dat:
a. de resultaten goed overdraagbaar zijn binnen zorginstelling(en) (openbare gezondheidszorg, cure of care);
b. de subsidieaanvrager aannemelijk maakt dat er voldoende draagvlak en kans van slagen is voor het project;
c. er een business case is voor continuering na afloop van het subsidietraject, dus geschikt voor een duurzaam gebruik;
d. alle producten die voortkomen uit de activiteiten met eenieder “om niet” gedeeld worden en de subsidie niet wordt aangewend voor het verrichten van economische activiteiten; en
e. de randvoorwaarden voor implementatie binnen de zorginstelling(en), waaronder openbare gezondheidszorg, cure of care, en verdere borging goed in kaart gebracht zijn.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. fundamenteel wetenschappelijk, surveillance en het opzetten van een eigen surveillance-databank, waar dat landelijk al gebeurt; of
b. taken op het gebied van bestrijding van uitbraken en reguliere taken van zorginstellingen.