BWBR0048363
Geldig vanaf 04-07-2023
Artikel 7
Statuten Stichting Nederlands Letterenfonds
1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
2. In geval er twee bestuurders zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan iedere bestuurder individueel toe.
3. Het bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. Ieder van hen vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door het bestuur bepaald.
4. Bij ontstentenis of belet van één bestuurder is de overblijvende bestuurder met het gehele bestuur belast. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders en functionarissen als bedoeld in het vorige artikellid is de persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen, tijdelijk met het besturen van de stichting belast. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige aanwijzing over dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de minister, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen van de stichting is belast.
Onder belet wordt in dit artikel in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
b. de bestuurder is geschorst.
5. De bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De raad van toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien de betreffende bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
2. In geval er twee bestuurders zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan iedere bestuurder individueel toe.
3. Het bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. Ieder van hen vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door het bestuur bepaald.
4. Bij ontstentenis of belet van één bestuurder is de overblijvende bestuurder met het gehele bestuur belast. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders en functionarissen als bedoeld in het vorige artikellid is de persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen, tijdelijk met het besturen van de stichting belast. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige aanwijzing over dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de minister, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen van de stichting is belast.
Onder belet wordt in dit artikel in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
b. de bestuurder is geschorst.
5. De bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De raad van toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien de betreffende bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048363
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl