BWBR0048321
Geldig vanaf 01-07-2023
Artikel 4
Beleidsregel duurzaam herstel
1. Het Instituut stelt aan de hand van het advies van de deskundige over de aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan het gebouw, bedoeld in artikel 12 van de wet, vast of sprake is van nieuwe of verergerde fysieke schade aan het gebouw en of die mogelijk mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van dat gebouw en kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw. Indien dat het geval is en aan artikel 2, eerste lid, en de overige voorwaarden van artikel 3, tweede lid, is voldaan, laat het Instituut, indien de eigenaar dat wenst en een aanvraag voor een tegemoetkoming doet, nader onderzoek uitvoeren naar de constructie van het gebouw. Indien het gebouw tevens is opgenomen in het programma van aanpak als bedoeld in artikel 13g, eerste lid, van de wet, kan het nader constructief onderzoek worden uitgevoerd door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, in opdracht van het Instituut.
2. Buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, wordt geen tegemoetkoming toegekend.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede en derde volzin:
a. deelt het Instituut aan aanvrager mee op welke termijn het nader constructief onderzoek plaatsvindt en binnen welke termijn aanvrager een besluit over de tegemoetkoming kan verwachten; en
b. neemt het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek een besluit over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming en, indien aan de orde, over de aard en omvang van de herstelmaatregel waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend.
4. Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is een tegemoetkoming toe te kennen, doet het Instituut een voorstel voor een tegemoetkoming en voor een herstelmaatregel met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregel en het technisch kader. Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een voorstel voor tegemoetkoming wordt gedaan en herstel van het gebrek aan de constructie alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, doet het Instituut het voorstel eveneens aan de eigenaren van dat andere gebouw of die andere gebouwen. Indien het technisch kader is gewijzigd na de mededeling, bedoeld in het derde lid, onder a, kan het Instituut het eerder geldende technisch kader toepassen als dat leidt tot een meer passende herstelmaatregel, mits dit doelmatig is.
5. De eigenaar van het gebouw heeft uitsluitend aanspraak op een tegemoetkoming voor zover het de op basis van het vierde lid voorgestelde tegemoetkoming betreft en de eigenaar instemt met de voorgestelde herstelmaatregel. Indien er meerdere eigenaren zijn van een gebouw of de daarmee constructief verbonden gebouwen, voldoen alle eigenaren aan het bepaalde in de eerste volzin.
6. Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is geen tegemoetkoming toe te kennen, stelt het Instituut de eigenaar van het gebouw voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid binnen een door het Instituut te bepalen termijn een zienswijze te geven op dat voornemen.
2. Buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, wordt geen tegemoetkoming toegekend.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede en derde volzin:
a. deelt het Instituut aan aanvrager mee op welke termijn het nader constructief onderzoek plaatsvindt en binnen welke termijn aanvrager een besluit over de tegemoetkoming kan verwachten; en
b. neemt het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek een besluit over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming en, indien aan de orde, over de aard en omvang van de herstelmaatregel waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend.
4. Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is een tegemoetkoming toe te kennen, doet het Instituut een voorstel voor een tegemoetkoming en voor een herstelmaatregel met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregel en het technisch kader. Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een voorstel voor tegemoetkoming wordt gedaan en herstel van het gebrek aan de constructie alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, doet het Instituut het voorstel eveneens aan de eigenaren van dat andere gebouw of die andere gebouwen. Indien het technisch kader is gewijzigd na de mededeling, bedoeld in het derde lid, onder a, kan het Instituut het eerder geldende technisch kader toepassen als dat leidt tot een meer passende herstelmaatregel, mits dit doelmatig is.
5. De eigenaar van het gebouw heeft uitsluitend aanspraak op een tegemoetkoming voor zover het de op basis van het vierde lid voorgestelde tegemoetkoming betreft en de eigenaar instemt met de voorgestelde herstelmaatregel. Indien er meerdere eigenaren zijn van een gebouw of de daarmee constructief verbonden gebouwen, voldoen alle eigenaren aan het bepaalde in de eerste volzin.
6. Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is geen tegemoetkoming toe te kennen, stelt het Instituut de eigenaar van het gebouw voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid binnen een door het Instituut te bepalen termijn een zienswijze te geven op dat voornemen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048321
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl