BWBR0048321
Geldig vanaf 22-10-2024
Artikel 2
Beleidsregel duurzaam herstel
1. Het Instituut benadert een eigenaar van een woning voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming indien hij naar verwachting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
2. Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij geen sprake is van samenloop behandelen:
a. voor woningen met de in bijlage 1 opgenomen postcodes. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt allereerst bepaald op basis van omvang en ernst van de eerder gemelde schade en daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet;
b. voor woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes, voor zover het Instituut via zijn website kenbaar heeft gemaakt dat het betreffende postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes wordt allereerst bepaald door de datum van openstelling van het betreffende postcodegebied, daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet, en tot slot de omvang en ernst van de eerder gemelde schade.
3. Openstelling van postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geschiedt indien de verwachting is dat er voldoende capaciteit is om binnen een redelijke termijn tot uitvoering van duurzaam herstel over te gaan.
4. Buiten de gevallen dat een postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan het Instituut op aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming duurzaam herstel besluiten:
a. in bijzondere omstandigheden; of
b. indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze.
5. Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking.
6. Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft.
2. Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij geen sprake is van samenloop behandelen:
a. voor woningen met de in bijlage 1 opgenomen postcodes. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt allereerst bepaald op basis van omvang en ernst van de eerder gemelde schade en daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet;
b. voor woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes, voor zover het Instituut via zijn website kenbaar heeft gemaakt dat het betreffende postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes wordt allereerst bepaald door de datum van openstelling van het betreffende postcodegebied, daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet, en tot slot de omvang en ernst van de eerder gemelde schade.
3. Openstelling van postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geschiedt indien de verwachting is dat er voldoende capaciteit is om binnen een redelijke termijn tot uitvoering van duurzaam herstel over te gaan.
4. Buiten de gevallen dat een postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan het Instituut op aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming duurzaam herstel besluiten:
a. in bijzondere omstandigheden; of
b. indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze.
5. Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking.
6. Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048321
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl