BWBR0048287
Geldig vanaf 2023-06-20
Artikel 4
Besluit tijdelijk onderdak in hotels en andere accommodaties 2023
1. Het COA verstrekt aan de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, e, f en g, van de Rva 2005gedurende maximaal zes maanden na plaatsing in huisvesting in de zin van dit besluit.
2. Het COA verstrekt aan de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, een wekelijkse financiële toelage van € 75,–, aan een tweede gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 25,– en aan een derde en vierde gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 12,50. Het COA verstrekt de vreemdeling de financiële toelage gedurende maximaal zes maanden na plaatsing in tijdelijk onderdak als bedoeld in dit besluit. De wekelijkse financiële toelage per gezin bedraagt in totaal niet meer dan € 125,–.
3. In afwijking van het eerste lid wordt de financiële toelage ten behoeve van voedsel niet verstrekt aan de vreemdeling indien hij is gehuisvest in een voorziening waar hij niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen.
4. De hoogte van de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel wordt berekend aan de hand van de bedragen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Rva 2005.
5. De verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid, eindigen voorts:
a. op de dag waarop de gemeente aan de vreemdeling huisvesting die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning beschikbaar heeft gesteld;
b. indien de vreemdeling zelfstandig in huisvesting heeft voorzien; of
c. indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken.
6. Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een nagereisd familielid is van de vreemdeling aan wie reeds tijdelijk onderdak als bedoeld in dit besluit, wordt geboden, eindigen de verstrekkingen aan het nagereisde familielid tegelijkertijd met de verstrekkingen van die vreemdeling.
7. Het COA kan, in overleg met Onze Minister, de in het eerste lid bedoelde termijn in uitzonderlijke gevallen, waarin doorplaatsing van de vreemdeling naar huisvesting die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning ondanks aantoonbare inspanningen niet mogelijk blijkt, eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden. Het eerste tot en met zesde lid en het eerste en tweede lid van artikel 3zijn van toepassing.
2. Het COA verstrekt aan de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, een wekelijkse financiële toelage van € 75,–, aan een tweede gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 25,– en aan een derde en vierde gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 12,50. Het COA verstrekt de vreemdeling de financiële toelage gedurende maximaal zes maanden na plaatsing in tijdelijk onderdak als bedoeld in dit besluit. De wekelijkse financiële toelage per gezin bedraagt in totaal niet meer dan € 125,–.
3. In afwijking van het eerste lid wordt de financiële toelage ten behoeve van voedsel niet verstrekt aan de vreemdeling indien hij is gehuisvest in een voorziening waar hij niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen.
4. De hoogte van de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel wordt berekend aan de hand van de bedragen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Rva 2005.
5. De verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid, eindigen voorts:
a. op de dag waarop de gemeente aan de vreemdeling huisvesting die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning beschikbaar heeft gesteld;
b. indien de vreemdeling zelfstandig in huisvesting heeft voorzien; of
c. indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken.
6. Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een nagereisd familielid is van de vreemdeling aan wie reeds tijdelijk onderdak als bedoeld in dit besluit, wordt geboden, eindigen de verstrekkingen aan het nagereisde familielid tegelijkertijd met de verstrekkingen van die vreemdeling.
7. Het COA kan, in overleg met Onze Minister, de in het eerste lid bedoelde termijn in uitzonderlijke gevallen, waarin doorplaatsing van de vreemdeling naar huisvesting die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning ondanks aantoonbare inspanningen niet mogelijk blijkt, eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden. Het eerste tot en met zesde lid en het eerste en tweede lid van artikel 3zijn van toepassing.