BWBR0017959
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 14
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
1. De door de asielzoeker te ontvangen wekelijkse financiële toelage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van deze regeling, bestaat uit een bedrag ten behoeve van voedsel en een bedrag ten behoeve van kleding en andere persoonlijke uitgaven.
2. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de bewoners volledig zelf het eigen eten verzorgen, wordt berekend aan de hand van de volgende bedragen per persoon, per week:
a. bij een één- of tweepersoonshuishouden: volwassene en alleenstaande minderjarige vreemdeling: € 58,80, kind tot 18 jaar: € 48,93;
b. bij een driepersoonshuishouden: volwassene: € 49,98, kind tot 18 jaar: € 41,58;
c. bij een huishouden van vier of meer personen: volwassene: € 44,10, kind tot 18 jaar: € 36,68.
3. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de bewoners het ontbijt en een tweede maaltijd zelf verzorgen en niet de hoofdmaaltijd, wordt berekend aan de hand van het volgende bedrag per persoon, per week:
a. bij een één- of tweepersoonshuishouden: volwassene en alleenstaande minderjarige vreemdeling: € 39,41, kind tot 18 jaar: € 33,81;
b. bij een driepersoonshuishouden: volwassene: € 33,53, kind tot 18 jaar: € 28,77;
c. bij een huishouden van vier of meer personen: volwassene: € 29,54, kind tot 18 jaar: € 25,34.
4. De hoogte van het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het eerste lid, is: € 14,87 per persoon, per week.
5. De financiële toelage wordt iedere week op door het COA vastgestelde tijdstippen en plaats aan de asielzoeker beschikbaar gesteld.
6. Geen financiële toelage wordt verstrekt aan een kind drie maanden nadat het recht op een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Kinderbijslagwet</a>is ontstaan.
7. De financiële toelage voor een asielzoeker jonger dan 18 jaar, die een kind is van, of verzorgd wordt door een of meer in de desbetreffende opvangvoorziening verblijvende asielzoekers wordt uitbetaald aan één van die asielzoekers.
8. Het COA draagt zorg voor de maaltijden in centra waarin de bewoners niet in de gelegenheid zijn deze zelf te verzorgen.
9. In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële toelage verstrekt aan de asielzoeker wiens asielaanvraag in het Aanmeldcentrum wordt behandeld, aan de vreemdeling die in zijn rust- en voorbereidingstermijn voor verstrekkingen in aanmerking komt, aan de vreemdeling die in de handhavings- en toezichtlocatie verblijft, dan wel aan de asielzoeker, uitgezonderd alleenstaande minderjarige vreemdelingen, die afkomstig is uit een veilig land van herkomst of die reeds bescherming geniet in een andere lidstaat van de Europese Unie en van wie de eerste of opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/30a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30a, eerste lid, onder a of d, van de Vreemdelingenwet 2000</a>, of kennelijk ongegrond is verklaard op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/30b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000</a>, ongeacht de procedure waarin daartoe is besloten.
10. In afwijking van het negende lid wordt aan de asielzoeker wiens aanvraag in het Aanmeldcentrum wordt behandeld dan wel de vreemdeling die in zijn rust- en voorbereidingstermijn voor strekkingen in aanmerking komt verstrekt:
a. de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, indien hij in een opvangvoorziening verblijft waar voorzieningen aanwezig om zelf het eigen eten te verzorgen als bedoeld in artikel 14, tweede en derde lid;
b. de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van kleding en andere persoonlijke uitgaven als bedoeld in artikel 14, vierde lid, indien de genoemde vreemdeling in de procesopvanglocatie verblijft en de beoogde verblijfsduur in die opvangvoorziening substantieel wordt overschreden.
2. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de bewoners volledig zelf het eigen eten verzorgen, wordt berekend aan de hand van de volgende bedragen per persoon, per week:
a. bij een één- of tweepersoonshuishouden: volwassene en alleenstaande minderjarige vreemdeling: € 58,80, kind tot 18 jaar: € 48,93;
b. bij een driepersoonshuishouden: volwassene: € 49,98, kind tot 18 jaar: € 41,58;
c. bij een huishouden van vier of meer personen: volwassene: € 44,10, kind tot 18 jaar: € 36,68.
3. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de bewoners het ontbijt en een tweede maaltijd zelf verzorgen en niet de hoofdmaaltijd, wordt berekend aan de hand van het volgende bedrag per persoon, per week:
a. bij een één- of tweepersoonshuishouden: volwassene en alleenstaande minderjarige vreemdeling: € 39,41, kind tot 18 jaar: € 33,81;
b. bij een driepersoonshuishouden: volwassene: € 33,53, kind tot 18 jaar: € 28,77;
c. bij een huishouden van vier of meer personen: volwassene: € 29,54, kind tot 18 jaar: € 25,34.
4. De hoogte van het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het eerste lid, is: € 14,87 per persoon, per week.
5. De financiële toelage wordt iedere week op door het COA vastgestelde tijdstippen en plaats aan de asielzoeker beschikbaar gesteld.
6. Geen financiële toelage wordt verstrekt aan een kind drie maanden nadat het recht op een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Kinderbijslagwet</a>is ontstaan.
7. De financiële toelage voor een asielzoeker jonger dan 18 jaar, die een kind is van, of verzorgd wordt door een of meer in de desbetreffende opvangvoorziening verblijvende asielzoekers wordt uitbetaald aan één van die asielzoekers.
8. Het COA draagt zorg voor de maaltijden in centra waarin de bewoners niet in de gelegenheid zijn deze zelf te verzorgen.
9. In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële toelage verstrekt aan de asielzoeker wiens asielaanvraag in het Aanmeldcentrum wordt behandeld, aan de vreemdeling die in zijn rust- en voorbereidingstermijn voor verstrekkingen in aanmerking komt, aan de vreemdeling die in de handhavings- en toezichtlocatie verblijft, dan wel aan de asielzoeker, uitgezonderd alleenstaande minderjarige vreemdelingen, die afkomstig is uit een veilig land van herkomst of die reeds bescherming geniet in een andere lidstaat van de Europese Unie en van wie de eerste of opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/30a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30a, eerste lid, onder a of d, van de Vreemdelingenwet 2000</a>, of kennelijk ongegrond is verklaard op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/30b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000</a>, ongeacht de procedure waarin daartoe is besloten.
10. In afwijking van het negende lid wordt aan de asielzoeker wiens aanvraag in het Aanmeldcentrum wordt behandeld dan wel de vreemdeling die in zijn rust- en voorbereidingstermijn voor strekkingen in aanmerking komt verstrekt:
a. de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, indien hij in een opvangvoorziening verblijft waar voorzieningen aanwezig om zelf het eigen eten te verzorgen als bedoeld in artikel 14, tweede en derde lid;
b. de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van kleding en andere persoonlijke uitgaven als bedoeld in artikel 14, vierde lid, indien de genoemde vreemdeling in de procesopvanglocatie verblijft en de beoogde verblijfsduur in die opvangvoorziening substantieel wordt overschreden.