BWBR0048211
Geldig vanaf 01-06-2023
Artikel 5
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2022
Het in artikel 4, derde lid beschreven Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.
1. Verdeling netto Wlz kader 2022 a. Het regiobudget 2022 van de zorgkantoorhouders bestaat bij de voorlopige verdeling (juli 2021) uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2021, vermenigvuldigd met 99.5% van het geschoonde Wlz kader 2022. Het geschoonde Wlz kader is het netto kader exclusief middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis (GGZ wonen), herverdelingsmiddelen en gevolgen van overhevelingen. Het bedrag voor GGZ wonen wordt gebaseerd op de middelen voor GGZ wonen uit de definitieve kaderbrief Wlz 2021 en de verhoging van het Wlz kader 2021 naar aanleiding van de meibrief 2021 van de NZa, beide geïndexeerd naar prijspeil 2022, en vermeerderd met de middelen die in de voorlopige kaderbrief Wlz 2022 artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° aanvullend beschikbaar worden gesteld voor GGZ wonen in 2022. Deze berekening wordt zowel voor de contracteerruimte voor zin als voor het pgb kader uitgevoerd. Vervolgens worden de middelen voor GGZ wonen verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021 per zorgkantoorregio. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. Voor de voorlopige verdeling wordt gebruik gemaakt van de beleidsregelwaarden die gelden in 2021. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
b. Bij de definitieve verdeling (oktober 2021) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen: i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
a. Het regiobudget 2022 van de zorgkantoorhouders bestaat bij de voorlopige verdeling (juli 2021) uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2021, vermenigvuldigd met 99.5% van het geschoonde Wlz kader 2022. Het geschoonde Wlz kader is het netto kader exclusief middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis (GGZ wonen), herverdelingsmiddelen en gevolgen van overhevelingen. Het bedrag voor GGZ wonen wordt gebaseerd op de middelen voor GGZ wonen uit de definitieve kaderbrief Wlz 2021 en de verhoging van het Wlz kader 2021 naar aanleiding van de meibrief 2021 van de NZa, beide geïndexeerd naar prijspeil 2022, en vermeerderd met de middelen die in de voorlopige kaderbrief Wlz 2022 artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° aanvullend beschikbaar worden gesteld voor GGZ wonen in 2022. Deze berekening wordt zowel voor de contracteerruimte voor zin als voor het pgb kader uitgevoerd. Vervolgens worden de middelen voor GGZ wonen verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021 per zorgkantoorregio. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. Voor de voorlopige verdeling wordt gebruik gemaakt van de beleidsregelwaarden die gelden in 2021. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
b. Bij de definitieve verdeling (oktober 2021) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen: i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
1. Verdeling netto Wlz kader 2022 a. Het regiobudget 2022 van de zorgkantoorhouders bestaat bij de voorlopige verdeling (juli 2021) uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2021, vermenigvuldigd met 99.5% van het geschoonde Wlz kader 2022. Het geschoonde Wlz kader is het netto kader exclusief middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis (GGZ wonen), herverdelingsmiddelen en gevolgen van overhevelingen. Het bedrag voor GGZ wonen wordt gebaseerd op de middelen voor GGZ wonen uit de definitieve kaderbrief Wlz 2021 en de verhoging van het Wlz kader 2021 naar aanleiding van de meibrief 2021 van de NZa, beide geïndexeerd naar prijspeil 2022, en vermeerderd met de middelen die in de voorlopige kaderbrief Wlz 2022 artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° aanvullend beschikbaar worden gesteld voor GGZ wonen in 2022. Deze berekening wordt zowel voor de contracteerruimte voor zin als voor het pgb kader uitgevoerd. Vervolgens worden de middelen voor GGZ wonen verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021 per zorgkantoorregio. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. Voor de voorlopige verdeling wordt gebruik gemaakt van de beleidsregelwaarden die gelden in 2021. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
b. Bij de definitieve verdeling (oktober 2021) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen: i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
a. Het regiobudget 2022 van de zorgkantoorhouders bestaat bij de voorlopige verdeling (juli 2021) uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2021, vermenigvuldigd met 99.5% van het geschoonde Wlz kader 2022. Het geschoonde Wlz kader is het netto kader exclusief middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis (GGZ wonen), herverdelingsmiddelen en gevolgen van overhevelingen. Het bedrag voor GGZ wonen wordt gebaseerd op de middelen voor GGZ wonen uit de definitieve kaderbrief Wlz 2021 en de verhoging van het Wlz kader 2021 naar aanleiding van de meibrief 2021 van de NZa, beide geïndexeerd naar prijspeil 2022, en vermeerderd met de middelen die in de voorlopige kaderbrief Wlz 2022 artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° aanvullend beschikbaar worden gesteld voor GGZ wonen in 2022. Deze berekening wordt zowel voor de contracteerruimte voor zin als voor het pgb kader uitgevoerd. Vervolgens worden de middelen voor GGZ wonen verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021 per zorgkantoorregio. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. Voor de voorlopige verdeling wordt gebruik gemaakt van de beleidsregelwaarden die gelden in 2021. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
b. Bij de definitieve verdeling (oktober 2021) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen: i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
i. Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3°).
ii. Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.
iii. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
iv. Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.
v. De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
vi. De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.
vii. De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).
viii. Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).
ix. Inzet van de extra middelen ter compensatie van de hogere (energie) prijzen 2022 voor de contracteerruimte (zin) zoals opgenomen in de Reactie op de februaribrief van de NZa van 22 maart 2023 (kenmerk 3551629-1045112-LZ). Van deze € 100 miljoen wordt € 30 miljoen geoormerkt als ruimte voor specifieke compensatie hogere energiekosten 2022. En € 70 miljoen wordt generiek verdeeld op basis van de gehonoreerde productieafspraken zoals vastgesteld bij de herschikkingsronde 2022. De voorwaarden zijn benoemd in de Brief Compensatie hogere energiekosten 2022 Wlz, d.d. 23 december 2022 met kenmerk 1041777-3488684-LZ.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048211
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl