BWBR0048211
Geldig vanaf 01-06-2023
Artikel 15
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2022
1. Reactie op februaribrief door minister
De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte (zin) en voor het pgb-kader voor de zorginkoop 2021 met terugwerkende kracht bijgesteld in de reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Hierbij is het volgende aangepast:
• Het Wlz-kader 2021 is bijgesteld naar € 27.738 miljoen (€ 23.263 miljoen zin, € 3.061 miljoen pgb en € 1.414 miljoen als kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg).
• De extra middelen van € 5 miljoen bestaan uit € 4 miljoen als gevolg van de bruteringsregeling bij overheveling tussen de contracteerruimte en het pgb-kader en uit € 1 miljoen aan onderbesteding van het budget voor de transitiemiddelen verpleeghuiszorg. De contracteerruimte is verhoogd met € 37 miljoen en is een gevolg van de onderbesteding en verschuiving van het (resterende) budget voor de transitiemiddelen (€ 1 miljoen) en van het (resterende) kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg (€ 36 miljoen). Deze verhoging van de contracteerruimte dient om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
2. In afwijking van hetgeen gesteld in de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110d, geldt voor het jaar 2021 het volgende:
a. Artikel 4, lid 1 Toedeling budgettair kader Wlz In afwijking van dit artikel geldt: Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2021 bedraagt € 27.738 miljoen. Dit bedrag is inclusief de herverdelingsmiddelen voor 2021 (€ 100 miljoen, waarvan € 89 mln. contracteerruimte en € 11 mln. pgb). Dit bedrag is als volgt verdeeld: • De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.263 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.061 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.414 miljoen. Naast het budgettair kader is € 10 miljoen beschikbaar specifiek geoormerkt voor innovatie en € 49 miljoen specifiek geoormerkt voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg.
• De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.263 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.061 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.414 miljoen.
b. Artikel 4, lid 2, sub a Opbouw budgettair kader In aanvulling op deze alinea geldt: Het besluit van VWS op de februaribrief van de NZa van 25 februari 2022 heeft geleid tot verhoging van het Wlz-kader met per saldo € 1,2 miljoen, waarvan +€ 36,8 miljoen contracteerruimte en -€ 35,6 mln kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg en tot verlaging van het geoormerkte budget voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg met -€ 1,2 milljoen. Daarnaast is het kader verhoogd met per saldo € 4,1 miljoen (contracteerruimte -€ 25,4 miljoen, pgb-kader +€ 29,5 miljoen) door de bruteringsregeling bij overhevelingen tussen de Wlz-kaders.
c. Artikel 4, lid 2, sub b Specifieke posten in het Wlz-kader 2021 In afwijking van dit artikel geldt: Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2020 zoals genoemd onder a. wordt verhoogd met de middelen zoals genoemd onder subonderdelen 1° t/m 8° en verlaagd met de middelen zoals genoemd onder subonderdeel 9° op basis van de Voorlopige kaderbrief Wlz 2021 van 10 juni 2020 (kenmerk 170186-206224-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ) en de reactie van de Minister op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ).
d. Artikel 5 Verdeling budgettair kader over de regio’s In aanvulling op de opsomming onder lid 2 proces, geldt: f) Inzet van de extra middelen 2021 voor de contracteerruimte (zin) volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Deze middelen worden ingezet volgens artikel 5 lid 8.
f) Inzet van de extra middelen 2021 voor de contracteerruimte (zin) volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Deze middelen worden ingezet volgens artikel 5 lid 8.
e. Artikel 5, lid 4 In afwijking van de verwijzing naar artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4° geldt: artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 6°.
f. Artikel 5, lid 5 In afwijking van de verwijzing naar artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° geldt: artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4°.
g. Artikel 5 Verdeling budgettair kader over de regio’s In aanvulling op de leden 1 tot en met 7, geldt: 8. Extra middelen n.a.v. de februaribrief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 5° De extra middelen voor de contracteerruimte (zin) als gevolg van de niet aangevraagde middelen bij de aangepaste lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021 en de transitiemiddelen verpleeghuiszorg dienen om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
8. Extra middelen n.a.v. de februaribrief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 5° De extra middelen voor de contracteerruimte (zin) als gevolg van de niet aangevraagde middelen bij de aangepaste lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021 en de transitiemiddelen verpleeghuiszorg dienen om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
h. Artikel 7 Geoormerkte middelen In aanvulling op dit artikel geldt: Conform de reactie van de Minister op de februaribrief is het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg voor 2021 eenmalig verlaagd naar € 1.414 miljoen. Dit bedrag komt overeen met de totale lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021. De regionale kaders voor het kwaliteitsbudget zijn bijgesteld op het niveau van de gemaakte regionale lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021.
De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte (zin) en voor het pgb-kader voor de zorginkoop 2021 met terugwerkende kracht bijgesteld in de reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Hierbij is het volgende aangepast:
• Het Wlz-kader 2021 is bijgesteld naar € 27.738 miljoen (€ 23.263 miljoen zin, € 3.061 miljoen pgb en € 1.414 miljoen als kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg).
• De extra middelen van € 5 miljoen bestaan uit € 4 miljoen als gevolg van de bruteringsregeling bij overheveling tussen de contracteerruimte en het pgb-kader en uit € 1 miljoen aan onderbesteding van het budget voor de transitiemiddelen verpleeghuiszorg. De contracteerruimte is verhoogd met € 37 miljoen en is een gevolg van de onderbesteding en verschuiving van het (resterende) budget voor de transitiemiddelen (€ 1 miljoen) en van het (resterende) kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg (€ 36 miljoen). Deze verhoging van de contracteerruimte dient om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
2. In afwijking van hetgeen gesteld in de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110d, geldt voor het jaar 2021 het volgende:
a. Artikel 4, lid 1 Toedeling budgettair kader Wlz In afwijking van dit artikel geldt: Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2021 bedraagt € 27.738 miljoen. Dit bedrag is inclusief de herverdelingsmiddelen voor 2021 (€ 100 miljoen, waarvan € 89 mln. contracteerruimte en € 11 mln. pgb). Dit bedrag is als volgt verdeeld: • De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.263 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.061 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.414 miljoen. Naast het budgettair kader is € 10 miljoen beschikbaar specifiek geoormerkt voor innovatie en € 49 miljoen specifiek geoormerkt voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg.
• De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.263 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.061 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.414 miljoen.
b. Artikel 4, lid 2, sub a Opbouw budgettair kader In aanvulling op deze alinea geldt: Het besluit van VWS op de februaribrief van de NZa van 25 februari 2022 heeft geleid tot verhoging van het Wlz-kader met per saldo € 1,2 miljoen, waarvan +€ 36,8 miljoen contracteerruimte en -€ 35,6 mln kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg en tot verlaging van het geoormerkte budget voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg met -€ 1,2 milljoen. Daarnaast is het kader verhoogd met per saldo € 4,1 miljoen (contracteerruimte -€ 25,4 miljoen, pgb-kader +€ 29,5 miljoen) door de bruteringsregeling bij overhevelingen tussen de Wlz-kaders.
c. Artikel 4, lid 2, sub b Specifieke posten in het Wlz-kader 2021 In afwijking van dit artikel geldt: Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2020 zoals genoemd onder a. wordt verhoogd met de middelen zoals genoemd onder subonderdelen 1° t/m 8° en verlaagd met de middelen zoals genoemd onder subonderdeel 9° op basis van de Voorlopige kaderbrief Wlz 2021 van 10 juni 2020 (kenmerk 170186-206224-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ) en de reactie van de Minister op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ).
d. Artikel 5 Verdeling budgettair kader over de regio’s In aanvulling op de opsomming onder lid 2 proces, geldt: f) Inzet van de extra middelen 2021 voor de contracteerruimte (zin) volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Deze middelen worden ingezet volgens artikel 5 lid 8.
f) Inzet van de extra middelen 2021 voor de contracteerruimte (zin) volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). Deze middelen worden ingezet volgens artikel 5 lid 8.
e. Artikel 5, lid 4 In afwijking van de verwijzing naar artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4° geldt: artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 6°.
f. Artikel 5, lid 5 In afwijking van de verwijzing naar artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3° geldt: artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4°.
g. Artikel 5 Verdeling budgettair kader over de regio’s In aanvulling op de leden 1 tot en met 7, geldt: 8. Extra middelen n.a.v. de februaribrief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 5° De extra middelen voor de contracteerruimte (zin) als gevolg van de niet aangevraagde middelen bij de aangepaste lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021 en de transitiemiddelen verpleeghuiszorg dienen om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
8. Extra middelen n.a.v. de februaribrief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 5° De extra middelen voor de contracteerruimte (zin) als gevolg van de niet aangevraagde middelen bij de aangepaste lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021 en de transitiemiddelen verpleeghuiszorg dienen om eventuele overproductie bij de nacalculatie 2021 (deels) te kunnen opvangen. Deze extra middelen worden niet verdeeld over de zorgkantoorregio’s.
h. Artikel 7 Geoormerkte middelen In aanvulling op dit artikel geldt: Conform de reactie van de Minister op de februaribrief is het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg voor 2021 eenmalig verlaagd naar € 1.414 miljoen. Dit bedrag komt overeen met de totale lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021. De regionale kaders voor het kwaliteitsbudget zijn bijgesteld op het niveau van de gemaakte regionale lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg 2021.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048211
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl