BWBR0048204
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 4
Besluit veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames
1. Onze Minister geeft uitvoering aan artikel 29, eerste lid, van de wet, binnen een redelijke termijn die niet langer is dan de termijn, bedoeld in artikel 28, tweede of vierde lid, van de wet.
2. Onze Minister verzoekt de verwerver onverwijld na het ontvangen van de opbrengst, bedoeld in artikel 29, eerste lid, binnen een termijn van twee weken, mededeling te doen van de wijze waarop de verwerver deze wenst te ontvangen.
3. Onze Minister verstrekt de opbrengst zo spoedig mogelijk aan de verwerver, of draagt er zorg voor dat de opbrengst zo spoedig mogelijk ten bate komt van de verwerver, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is ontvangen.
4. Indien de termijn bedoeld in het tweede lid is verstreken en Onze Minister geen mededeling heeft ontvangen, maakt Onze Minister de opbrengst zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen na het verstrijken van de termijn, over naar de laatst bekende betaalrekening van de verwerver.
5. Indien de verwerver onderworpen is aan beperkende maatregelen krachtens hoofdstuk 7 van het Handvest van de Verenigde Naties, artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Sanctiewet 1977of anderszins niet in staat is de opbrengst te ontvangen, plaatst Onze Minister de opbrengst op een derdenrekening.
6. Indien de verwerver heeft medegedeeld dat de beperkende maatregelen zijn opgeheven, of dat hij in staat is de opbrengst te ontvangen, maakt Onze Minister de opbrengst zo spoedig mogelijk over aan de verwerver, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen na de dag waarop de verwerver de mededeling heeft gedaan.
7. Bij de toepassing van het derde tot en met zesde lid wordt de opbrengst, indien van toepassing, vermeerderd of verminderd met de rente en verminderd met de transactiekosten en de kosten verbonden aan het aanhouden van een derdenrekening.
2. Onze Minister verzoekt de verwerver onverwijld na het ontvangen van de opbrengst, bedoeld in artikel 29, eerste lid, binnen een termijn van twee weken, mededeling te doen van de wijze waarop de verwerver deze wenst te ontvangen.
3. Onze Minister verstrekt de opbrengst zo spoedig mogelijk aan de verwerver, of draagt er zorg voor dat de opbrengst zo spoedig mogelijk ten bate komt van de verwerver, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is ontvangen.
4. Indien de termijn bedoeld in het tweede lid is verstreken en Onze Minister geen mededeling heeft ontvangen, maakt Onze Minister de opbrengst zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen na het verstrijken van de termijn, over naar de laatst bekende betaalrekening van de verwerver.
5. Indien de verwerver onderworpen is aan beperkende maatregelen krachtens hoofdstuk 7 van het Handvest van de Verenigde Naties, artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Sanctiewet 1977of anderszins niet in staat is de opbrengst te ontvangen, plaatst Onze Minister de opbrengst op een derdenrekening.
6. Indien de verwerver heeft medegedeeld dat de beperkende maatregelen zijn opgeheven, of dat hij in staat is de opbrengst te ontvangen, maakt Onze Minister de opbrengst zo spoedig mogelijk over aan de verwerver, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen na de dag waarop de verwerver de mededeling heeft gedaan.
7. Bij de toepassing van het derde tot en met zesde lid wordt de opbrengst, indien van toepassing, vermeerderd of verminderd met de rente en verminderd met de transactiekosten en de kosten verbonden aan het aanhouden van een derdenrekening.