BWBR0048105
Geldig vanaf 2023-04-29
Artikel 10
Regeling macrodoelmatig opleidingsaanbod hoger onderwijs 2023
1. De minister stemt, zonder een macrodoelmatigheidstoets, in met het voornemen om bestaande opleidingen samen te voegen tot:
a. een gezamenlijke opleiding als bedoeld in artikel 7.3c van de wet, indien het voornemen volgens het oordeel van de NVAO niet leidt tot het verzorgen van een nieuwe opleiding; of
b. een verbrede opleiding, indien het volgens het oordeel van de NVAO niet leidt tot het verzorgen van een nieuwe opleiding.
2. In afwijking van het eerste lid, is de macrodoelmatigheidstoets vereist indien de samengevoegde opleiding wordt verzorgd in een nieuwe vestigingsplaats danwel in een nevenvestiging. In dat geval dient het instellingsbestuur aan te tonen dat de nieuwe vestigingsplaats danwel nevenvestiging van de samengevoegde opleiding geen nadelige gevolgen heeft voor de spreiding van het landelijke opleidingsaanbod.
3. De in het eerste lid genoemde instemming wordt niet verleend als:
a. een of meer van de samen te voegen opleidingen gericht is op een bepaald beroep waarvoor, als bedoeld in artikel 7.6 van de wet, beroepsvereisten gelden en de samengevoegde opleiding niet meer voldoet aan deze vereisten; of
b. de NVAO heeft besloten dat geen accreditatie wordt verleend.
a. een gezamenlijke opleiding als bedoeld in artikel 7.3c van de wet, indien het voornemen volgens het oordeel van de NVAO niet leidt tot het verzorgen van een nieuwe opleiding; of
b. een verbrede opleiding, indien het volgens het oordeel van de NVAO niet leidt tot het verzorgen van een nieuwe opleiding.
2. In afwijking van het eerste lid, is de macrodoelmatigheidstoets vereist indien de samengevoegde opleiding wordt verzorgd in een nieuwe vestigingsplaats danwel in een nevenvestiging. In dat geval dient het instellingsbestuur aan te tonen dat de nieuwe vestigingsplaats danwel nevenvestiging van de samengevoegde opleiding geen nadelige gevolgen heeft voor de spreiding van het landelijke opleidingsaanbod.
3. De in het eerste lid genoemde instemming wordt niet verleend als:
a. een of meer van de samen te voegen opleidingen gericht is op een bepaald beroep waarvoor, als bedoeld in artikel 7.6 van de wet, beroepsvereisten gelden en de samengevoegde opleiding niet meer voldoet aan deze vereisten; of
b. de NVAO heeft besloten dat geen accreditatie wordt verleend.