BWBR0048051
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 7
Warenwetregeling attractie- en speeltoestellen
1. Een certificaat van goedkeuring voor een attractietoestel bevat een uiterste geldigheidsdatum. Deze datum is gebaseerd op de matrix, bedoeld in bijlage II.
2. De verhuurder dan wel de beheerder van een attractietoestel, bedoeld in het eerste lid, vraagt ten minste dertig dagen voor de uiterste geldigheidsdatum van het certificaat van goedkeuring een keuring aan bij een aangewezen instelling. Indien het attractietoestel, buiten toedoen van de verhuurder dan wel beheerder niet tijdig kan worden gekeurd, behoudt het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de uiterste geldigheidsdatum.
3. Een certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel heeft een onbeperkte geldigheidsduur, tenzij artikel 15, vierde lid, van het besluitof artikel 5, derde lid, van toepassing is.
2. De verhuurder dan wel de beheerder van een attractietoestel, bedoeld in het eerste lid, vraagt ten minste dertig dagen voor de uiterste geldigheidsdatum van het certificaat van goedkeuring een keuring aan bij een aangewezen instelling. Indien het attractietoestel, buiten toedoen van de verhuurder dan wel beheerder niet tijdig kan worden gekeurd, behoudt het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de uiterste geldigheidsdatum.
3. Een certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel heeft een onbeperkte geldigheidsduur, tenzij artikel 15, vierde lid, van het besluitof artikel 5, derde lid, van toepassing is.