BWBR0048051
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 5
Warenwetregeling attractie- en speeltoestellen
1. Attractietoestellen worden periodiek gekeurd door een aangewezen instelling.
2. De aangewezen instelling bepaalt voor attractietoestellen bij de verlening van het eerste certificaat van goedkeuring de benodigde keuringsfrequentie aan de hand van de matrix, bedoeld in bijlage II.
3. Bij in serie geproduceerde speeltoestellen vindt een nieuwe keuring van het typekenmerkende monster en het technisch constructiedossier door een aangewezen instelling plaats binnen een jaar na de publicatie van een nieuwe of gewijzigde norm, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit.
2. De aangewezen instelling bepaalt voor attractietoestellen bij de verlening van het eerste certificaat van goedkeuring de benodigde keuringsfrequentie aan de hand van de matrix, bedoeld in bijlage II.
3. Bij in serie geproduceerde speeltoestellen vindt een nieuwe keuring van het typekenmerkende monster en het technisch constructiedossier door een aangewezen instelling plaats binnen een jaar na de publicatie van een nieuwe of gewijzigde norm, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit.