BWBR0048050
Geldig vanaf 2023-11-29
Artikel 4
Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid
1. De officier van justitie oefent de taken en bevoegdheden uit van het centraal toegangspunt, bedoeld in:
a. artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening;
b. artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;
c. artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en
d. artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.
2. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, treedt de officier van justitie volledig onafhankelijk op ten opzichte van de in artikel 3aangewezen autoriteiten alsmede van de officier van justitie die het gezag over die autoriteiten uitoefent.
a. artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening;
b. artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;
c. artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en
d. artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.
2. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, treedt de officier van justitie volledig onafhankelijk op ten opzichte van de in artikel 3aangewezen autoriteiten alsmede van de officier van justitie die het gezag over die autoriteiten uitoefent.