BWBR0047993
Geldig vanaf 2023-03-24
Artikel 3
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022
1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet, wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in de Tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete wegvervoer die als bijlage 1bij deze beleidsregel is gevoegd. Deze normbedragen zijn van toepassing indien sprake is van normale verwijtbaarheid. Voor de overige maten van verwijtbaarheid geldt het volgende:
a. bij verminderde verwijtbaarheid wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 0,5;
b. bij grove schuld wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 1,5; en
c. bij opzet wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 2.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. overtredingen waarvoor direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en die zijn genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel; en
b. overtredingen waarvoor overeenkomstig bijlage 2 eerst een waarschuwing wordt gegeven (preventief handhavingstraject) en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
3. Standaard wordt uitgegaan van een normale verwijtbaarheid.
4. Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid kunnen in ieder geval de volgende omstandigheden meewegen:
a. eerdere interventies of overtredingen;
b. andere overtredingen in de controleperiode;
c. het behaald voordeel met de overtreding;
d. de impact/duur van de overtreding; en
e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.
a. bij verminderde verwijtbaarheid wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 0,5;
b. bij grove schuld wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 1,5; en
c. bij opzet wordt het normbedrag vermenigvuldigd met 2.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. overtredingen waarvoor direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en die zijn genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel; en
b. overtredingen waarvoor overeenkomstig bijlage 2 eerst een waarschuwing wordt gegeven (preventief handhavingstraject) en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
3. Standaard wordt uitgegaan van een normale verwijtbaarheid.
4. Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid kunnen in ieder geval de volgende omstandigheden meewegen:
a. eerdere interventies of overtredingen;
b. andere overtredingen in de controleperiode;
c. het behaald voordeel met de overtreding;
d. de impact/duur van de overtreding; en
e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.