BWBR0047991
Geldig vanaf 2023-03-25
Artikel 8
Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen
1. De minister beslist per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 7, vierde lid, gelijktijdig op alle aanvragen waarbij verlening van een specifieke uitkering geschiedt op basis van de rangschikking zoals geregeld in dit artikel.
2. Een eerste rangschikking vindt als volgt plaats:
a. aanvragen voor het oprichten van een nieuwe bibliotheekvestigingvan gemeenten waar nog geen bibliotheekvestiging aanwezig is en aanvragen voor verruiming van bemande sta-uren van de bibliobus van gemeenten waar geen andere bibliotheekvoorziening is, komen bij voorrang in aanmerking;
b. daarna komen in aanmerking aanvragen voor het oprichten van een nieuwe bibliotheekvestiging, het doorontwikkelen van een bestaande beperkte bibliotheekvoorziening naar een bibliotheekvestiging en verruiming van bemande openingstijden van een bestaande bibliotheekvestiging, waarbij voorrang wordt gegeven aan aanvragen van gemeenten met ten minste een van de volgende kenmerken: 1°. de gemiddelde afstand tot ’vestigingen en servicepunten’ als bedoeld in de laatste kolom van Tabel 2 van de tabellen ‘Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2019, 2020 en 2021 vergeleken met 2014’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de desbetreffende gemeente in 2020 ten minste 3,2 kilometer bedroeg;
2°. 15 procent of meer van alle kinderen in de desbetreffende gemeente heeft het hoogste risico op onderwijsachterstand, waarbij de onderwijsachterstand wordt bepaald aan de hand van het CBS-dashboard ‘Verwachte onderwijsachterstanden' over het jaar 2021;
3°. een lager dan gemiddelde score, dat wil zeggen nul of lager, op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de ‘SES-WOA-score per gemeente, 2019’ van het CBS; of
4°. een meer dan gemiddeld aandeel van laaggeletterdheid, dat wil zeggen 12 procent of hoger, in de desbetreffende gemeente, waarbij het aandeel laaggeletterdheid wordt bepaald aan de hand van het ‘dashboard laaggeletterdheid’ van Geletterdheid In Zicht.
1°. de gemiddelde afstand tot ’vestigingen en servicepunten’ als bedoeld in de laatste kolom van Tabel 2 van de tabellen ‘Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2019, 2020 en 2021 vergeleken met 2014’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de desbetreffende gemeente in 2020 ten minste 3,2 kilometer bedroeg;
2°. 15 procent of meer van alle kinderen in de desbetreffende gemeente heeft het hoogste risico op onderwijsachterstand, waarbij de onderwijsachterstand wordt bepaald aan de hand van het CBS-dashboard ‘Verwachte onderwijsachterstanden' over het jaar 2021;
3°. een lager dan gemiddelde score, dat wil zeggen nul of lager, op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de ‘SES-WOA-score per gemeente, 2019’ van het CBS; of
4°. een meer dan gemiddeld aandeel van laaggeletterdheid, dat wil zeggen 12 procent of hoger, in de desbetreffende gemeente, waarbij het aandeel laaggeletterdheid wordt bepaald aan de hand van het ‘dashboard laaggeletterdheid’ van Geletterdheid In Zicht.
3. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden aan het element, genoemd onder 1°, twintig punten en aan elk van de elementen, genoemd onder 2° tot en met 4°, tien punten toegekend, waarna een nadere rangschikking plaatsvindt op basis van de optelsom van de punten voor elk element dat op de aanvragende gemeente van toepassing is, waarbij aanvragen van gemeenten met het hoogste totaal aantal punten bij voorrang in aanmerking komen.
4. Als bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, met honorering van alle aanvragen van gemeenten met een gelijke score het uitkeringsplafond zou worden overschreden, worden de aanvragen van gemeenten met een gelijke score nader gerangschikt op basis van het financieringsniveau, uitgedrukt in de gemeentelijke subsidiebijdrage per inwoner voor exploitatie exclusief huisvesting van bibliotheekvoorzieningen in het peiljaar 2021, waarbij aanvragen van gemeenten met het laagste financieringsniveau bij voorrang in aanmerking komen.
5. Aanvragen die door rangschikking op grond van een van de vorige leden niet gehonoreerd kunnen worden vanwege overschrijding van een uitkeringsplafond, worden afgewezen.
2. Een eerste rangschikking vindt als volgt plaats:
a. aanvragen voor het oprichten van een nieuwe bibliotheekvestigingvan gemeenten waar nog geen bibliotheekvestiging aanwezig is en aanvragen voor verruiming van bemande sta-uren van de bibliobus van gemeenten waar geen andere bibliotheekvoorziening is, komen bij voorrang in aanmerking;
b. daarna komen in aanmerking aanvragen voor het oprichten van een nieuwe bibliotheekvestiging, het doorontwikkelen van een bestaande beperkte bibliotheekvoorziening naar een bibliotheekvestiging en verruiming van bemande openingstijden van een bestaande bibliotheekvestiging, waarbij voorrang wordt gegeven aan aanvragen van gemeenten met ten minste een van de volgende kenmerken: 1°. de gemiddelde afstand tot ’vestigingen en servicepunten’ als bedoeld in de laatste kolom van Tabel 2 van de tabellen ‘Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2019, 2020 en 2021 vergeleken met 2014’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de desbetreffende gemeente in 2020 ten minste 3,2 kilometer bedroeg;
2°. 15 procent of meer van alle kinderen in de desbetreffende gemeente heeft het hoogste risico op onderwijsachterstand, waarbij de onderwijsachterstand wordt bepaald aan de hand van het CBS-dashboard ‘Verwachte onderwijsachterstanden' over het jaar 2021;
3°. een lager dan gemiddelde score, dat wil zeggen nul of lager, op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de ‘SES-WOA-score per gemeente, 2019’ van het CBS; of
4°. een meer dan gemiddeld aandeel van laaggeletterdheid, dat wil zeggen 12 procent of hoger, in de desbetreffende gemeente, waarbij het aandeel laaggeletterdheid wordt bepaald aan de hand van het ‘dashboard laaggeletterdheid’ van Geletterdheid In Zicht.
1°. de gemiddelde afstand tot ’vestigingen en servicepunten’ als bedoeld in de laatste kolom van Tabel 2 van de tabellen ‘Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2019, 2020 en 2021 vergeleken met 2014’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de desbetreffende gemeente in 2020 ten minste 3,2 kilometer bedroeg;
2°. 15 procent of meer van alle kinderen in de desbetreffende gemeente heeft het hoogste risico op onderwijsachterstand, waarbij de onderwijsachterstand wordt bepaald aan de hand van het CBS-dashboard ‘Verwachte onderwijsachterstanden' over het jaar 2021;
3°. een lager dan gemiddelde score, dat wil zeggen nul of lager, op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de ‘SES-WOA-score per gemeente, 2019’ van het CBS; of
4°. een meer dan gemiddeld aandeel van laaggeletterdheid, dat wil zeggen 12 procent of hoger, in de desbetreffende gemeente, waarbij het aandeel laaggeletterdheid wordt bepaald aan de hand van het ‘dashboard laaggeletterdheid’ van Geletterdheid In Zicht.
3. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden aan het element, genoemd onder 1°, twintig punten en aan elk van de elementen, genoemd onder 2° tot en met 4°, tien punten toegekend, waarna een nadere rangschikking plaatsvindt op basis van de optelsom van de punten voor elk element dat op de aanvragende gemeente van toepassing is, waarbij aanvragen van gemeenten met het hoogste totaal aantal punten bij voorrang in aanmerking komen.
4. Als bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, met honorering van alle aanvragen van gemeenten met een gelijke score het uitkeringsplafond zou worden overschreden, worden de aanvragen van gemeenten met een gelijke score nader gerangschikt op basis van het financieringsniveau, uitgedrukt in de gemeentelijke subsidiebijdrage per inwoner voor exploitatie exclusief huisvesting van bibliotheekvoorzieningen in het peiljaar 2021, waarbij aanvragen van gemeenten met het laagste financieringsniveau bij voorrang in aanmerking komen.
5. Aanvragen die door rangschikking op grond van een van de vorige leden niet gehonoreerd kunnen worden vanwege overschrijding van een uitkeringsplafond, worden afgewezen.