BWBR0047991
Geldig vanaf 2023-03-25
Artikel 13
Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen
1. De minister stelt een specifieke uitkering vast binnen 22 weken na ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 12, over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend zijn afgerond.
2. Als de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend geheel zijn uitgevoerd, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld als:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de specifieke uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, of de verantwoording, bedoeld in artikel 12.
4. De minister kan onverschuldigd betaalde specifieke uitkeringen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
2. Als de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend geheel zijn uitgevoerd, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld als:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de specifieke uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, of de verantwoording, bedoeld in artikel 12.
4. De minister kan onverschuldigd betaalde specifieke uitkeringen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.