BWBR0047959
Geldig vanaf 2023-03-15
Artikel 6
Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027
1. Het bevoegd gezag dient voor de kalenderjaren 2024–2027 een aanvraag voor aanvullende bekostiging in. De aanvraag heeft de vorm van een kwaliteitsagenda.
2. Het bevoegd gezag dient de kwaliteitsagenda in bij de minister via de website http://www.ckmbo.nlop uiterlijk:
a. 30 juni 2023; of
b. 1 oktober 2023.
3. In de kwaliteitsagenda legt het bevoegd gezag onderbouwd vast:
a. wat het werkgebied van de instelling is;
b. wie binnen dit werkgebied de relevante externe samenwerkingspartners van de instelling zijn, waaronder in ieder geval: 1°. onderwijsinstellingen;
2°. relevante overheden die het sociale en economische domein vertegenwoordigen; en
3°. het bedrijfsleven;
1°. onderwijsinstellingen;
2°. relevante overheden die het sociale en economische domein vertegenwoordigen; en
3°. het bedrijfsleven;
c. wat de ambities binnen het werkgebied zijn: 1°. in de vorm van concrete beoogde resultaten voor eind 2027;
2°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld; en
3°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij voor die doelstelling geen ambitie stelt;
1°. in de vorm van concrete beoogde resultaten voor eind 2027;
2°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld; en
3°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij voor die doelstelling geen ambitie stelt;
d. welke maatregelen de instelling gaat nemen om de ambities te realiseren, waaronder in ieder geval: 1°. de verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2; en
2°. de ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij geen inzet op die maatregel pleegt;
1°. de verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2; en
2°. de ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij geen inzet op die maatregel pleegt;
e. op welke punten de instelling voor de realisatie van de ambities afhankelijk is van de externe samenwerkingspartners, hoe de instelling de externe samenwerkingspartners bij de ambitievorming heeft betrokken en hoe zij de samenwerking met de externe samenwerkingspartners tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen;
f. hoe de instelling gaat samenwerken met de interne samenwerkingspartners, hoe zij de samenwerking tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen en hoe zij bereikt dat er onder hen voldoende draagvlak voor de ambities en maatregelen is, waarbij de studentenraad en de ondernemingsraad in ieder geval met de kwaliteitsagenda moeten hebben ingestemd;
g. hoe de instelling de ouders van de studenten gaat betrekken bij de voor hen relevante ambities en maatregelen;
h. hoe de instelling met de interne en externe samenwerkingspartners de realisatie van de ambities en maatregelen gaat borgen, waarbij de instelling er in ieder geval voor zorgt dat: 1°. een jaarlijkse evaluatie van de voortgang wordt uitgevoerd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
2°. op basis van die jaarlijkse evaluatie kan worden bijgestuurd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners;
1°. een jaarlijkse evaluatie van de voortgang wordt uitgevoerd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
2°. op basis van die jaarlijkse evaluatie kan worden bijgestuurd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners;
i. hoe de instelling de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling wil besteden, onderbouwd met een indicatieve begroting waarin het bevoegd gezag ook middelen met een andere herkomst dan op grond van deze regeling kan vermelden en waarin in ieder geval de volgende kostenposten separaat worden vermeld: 1°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 1.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op extra begeleiding van studenten in de basisberoepsopleiding;
2°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op carrièreperspectief voor onderwijspersoneel; en
3°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.4, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op practoraten; en
1°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 1.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op extra begeleiding van studenten in de basisberoepsopleiding;
2°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op carrièreperspectief voor onderwijspersoneel; en
3°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.4, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op practoraten; en
j. indien van toepassing: waarom de begrote kostenposten, bedoeld in onderdeel i, sub 1° tot en met 3°, verschillen van de hiermee samenhangende posten binnen de aanvullende bekostiging.
4. De ambities en maatregelen, bedoeld in het derde lid, onder c en d, zijn gebaseerd op een analyse van:
a. de uitgangssituatie van de instelling aan de hand van de sterke en zwakke punten van de instelling;
b. de ontwikkelingen binnen de instelling die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, zo nodig gerelateerd aan het bestaande strategische meerjarenplan van de instelling;
c. de uitgangssituatie van het werkgebied aan de hand van de kansen en uitdagingen binnen het werkgebied; en
d. de ontwikkelingen binnen het werkgebied die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, waaronder in ieder geval de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
De analyse wordt opgesteld per doelstelling aan de hand van analyseonderdelen en indicatoren en wordt in aanvulling op het derde lid eveneens in de kwaliteitsagenda opgenomen.
5. Indien het bevoegd gezag meerdere instellingen in stand houdt, dient het bevoegd gezag per instelling een kwaliteitsagenda in.
2. Het bevoegd gezag dient de kwaliteitsagenda in bij de minister via de website http://www.ckmbo.nlop uiterlijk:
a. 30 juni 2023; of
b. 1 oktober 2023.
3. In de kwaliteitsagenda legt het bevoegd gezag onderbouwd vast:
a. wat het werkgebied van de instelling is;
b. wie binnen dit werkgebied de relevante externe samenwerkingspartners van de instelling zijn, waaronder in ieder geval: 1°. onderwijsinstellingen;
2°. relevante overheden die het sociale en economische domein vertegenwoordigen; en
3°. het bedrijfsleven;
1°. onderwijsinstellingen;
2°. relevante overheden die het sociale en economische domein vertegenwoordigen; en
3°. het bedrijfsleven;
c. wat de ambities binnen het werkgebied zijn: 1°. in de vorm van concrete beoogde resultaten voor eind 2027;
2°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld; en
3°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij voor die doelstelling geen ambitie stelt;
1°. in de vorm van concrete beoogde resultaten voor eind 2027;
2°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld; en
3°. per doelstelling voor de doelstellingen waaraan ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, zijn gekoppeld, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij voor die doelstelling geen ambitie stelt;
d. welke maatregelen de instelling gaat nemen om de ambities te realiseren, waaronder in ieder geval: 1°. de verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2; en
2°. de ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij geen inzet op die maatregel pleegt;
1°. de verplichte maatregelen, genoemd in bijlage 2; en
2°. de ‘pas toe of leg uit’-maatregelen, genoemd in bijlage 2, tenzij de instelling op basis van de analyse, bedoeld in het vierde lid, afdoende motiveert waarom zij geen inzet op die maatregel pleegt;
e. op welke punten de instelling voor de realisatie van de ambities afhankelijk is van de externe samenwerkingspartners, hoe de instelling de externe samenwerkingspartners bij de ambitievorming heeft betrokken en hoe zij de samenwerking met de externe samenwerkingspartners tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen;
f. hoe de instelling gaat samenwerken met de interne samenwerkingspartners, hoe zij de samenwerking tijdens de looptijd van de kwaliteitsagenda verder gaat ontwikkelen en hoe zij bereikt dat er onder hen voldoende draagvlak voor de ambities en maatregelen is, waarbij de studentenraad en de ondernemingsraad in ieder geval met de kwaliteitsagenda moeten hebben ingestemd;
g. hoe de instelling de ouders van de studenten gaat betrekken bij de voor hen relevante ambities en maatregelen;
h. hoe de instelling met de interne en externe samenwerkingspartners de realisatie van de ambities en maatregelen gaat borgen, waarbij de instelling er in ieder geval voor zorgt dat: 1°. een jaarlijkse evaluatie van de voortgang wordt uitgevoerd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
2°. op basis van die jaarlijkse evaluatie kan worden bijgestuurd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners;
1°. een jaarlijkse evaluatie van de voortgang wordt uitgevoerd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
2°. op basis van die jaarlijkse evaluatie kan worden bijgestuurd met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners;
i. hoe de instelling de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling wil besteden, onderbouwd met een indicatieve begroting waarin het bevoegd gezag ook middelen met een andere herkomst dan op grond van deze regeling kan vermelden en waarin in ieder geval de volgende kostenposten separaat worden vermeld: 1°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 1.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op extra begeleiding van studenten in de basisberoepsopleiding;
2°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op carrièreperspectief voor onderwijspersoneel; en
3°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.4, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op practoraten; en
1°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 1.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op extra begeleiding van studenten in de basisberoepsopleiding;
2°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.3, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op carrièreperspectief voor onderwijspersoneel; en
3°. de kosten voor de maatregelen voor doelstelling 3.4, genoemd in bijlage 2, voor zover deze betrekking hebben op practoraten; en
j. indien van toepassing: waarom de begrote kostenposten, bedoeld in onderdeel i, sub 1° tot en met 3°, verschillen van de hiermee samenhangende posten binnen de aanvullende bekostiging.
4. De ambities en maatregelen, bedoeld in het derde lid, onder c en d, zijn gebaseerd op een analyse van:
a. de uitgangssituatie van de instelling aan de hand van de sterke en zwakke punten van de instelling;
b. de ontwikkelingen binnen de instelling die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, zo nodig gerelateerd aan het bestaande strategische meerjarenplan van de instelling;
c. de uitgangssituatie van het werkgebied aan de hand van de kansen en uitdagingen binnen het werkgebied; en
d. de ontwikkelingen binnen het werkgebied die van belang zijn voor de kwaliteitsagenda, waaronder in ieder geval de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
De analyse wordt opgesteld per doelstelling aan de hand van analyseonderdelen en indicatoren en wordt in aanvulling op het derde lid eveneens in de kwaliteitsagenda opgenomen.
5. Indien het bevoegd gezag meerdere instellingen in stand houdt, dient het bevoegd gezag per instelling een kwaliteitsagenda in.