BWBR0047959
Geldig vanaf 2023-03-15
Artikel 12
Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027
1. Het bevoegd gezag spant zich in voor de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda en borgt dit door:
a. de voortgang hiervan jaarlijks te evalueren met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
b. zo nodig bij te sturen op basis van de jaarlijkse evaluatie met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners.
2. Het bevoegd gezag verantwoordt zich jaarlijks over haar inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners conform artikel 15, tweede en derde lid.
3. Het bevoegd gezag geeft een toelichting op de verantwoording, bedoeld in het tweede lid, indien de minister of het bevoegd gezag daaraan behoefte heeft en werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan een door de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht om een getrouw en compleet beeld te krijgen van de inspanningen voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners.
4. In aanvulling op het derde lid werkt het bevoegd gezag mee aan een jaarlijks gesprek met de minister om de inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda en de doelen, genoemd in artikel 3, te bespreken.
5. Indien uit de informatie verkregen op grond van het tweede, derde of vierde lid, naar het oordeel van de minister blijkt dat het bevoegd gezag onvoldoende inspanningen pleegt voor de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda, kan de minister het bevoegd gezag verplichten om:
a. extern advies in te winnen over wat het bevoegd gezag verder kan doen om de ambities en maatregelen alsnog te realiseren; of
b. een peer review door andere instellingen te organiseren om te leren van goede ervaringen van de andere instellingen.
a. de voortgang hiervan jaarlijks te evalueren met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners; en
b. zo nodig bij te sturen op basis van de jaarlijkse evaluatie met betrokkenheid van de interne en externe samenwerkingspartners.
2. Het bevoegd gezag verantwoordt zich jaarlijks over haar inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners conform artikel 15, tweede en derde lid.
3. Het bevoegd gezag geeft een toelichting op de verantwoording, bedoeld in het tweede lid, indien de minister of het bevoegd gezag daaraan behoefte heeft en werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan een door de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht om een getrouw en compleet beeld te krijgen van de inspanningen voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda alsmede de samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners.
4. In aanvulling op het derde lid werkt het bevoegd gezag mee aan een jaarlijks gesprek met de minister om de inspanning voor en voortgang van de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda en de doelen, genoemd in artikel 3, te bespreken.
5. Indien uit de informatie verkregen op grond van het tweede, derde of vierde lid, naar het oordeel van de minister blijkt dat het bevoegd gezag onvoldoende inspanningen pleegt voor de realisatie van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda, kan de minister het bevoegd gezag verplichten om:
a. extern advies in te winnen over wat het bevoegd gezag verder kan doen om de ambities en maatregelen alsnog te realiseren; of
b. een peer review door andere instellingen te organiseren om te leren van goede ervaringen van de andere instellingen.