BWBR0047947
Geldig vanaf 2023-03-07
Artikel 3
Beleidsregel kaders medewerking defensie aan (defensie-) schietverenigingen, studentenweerbaarheidsverenigingen en defensieschietteams
1. Door het Ministerie van Defensie kan medewerking worden verleend aan een studentenweerbaarheidsvereniging om bij het Ministerie van Defensie in gebruik zijnde schietbanen dan wel schietterreinen te gebruiken. Medewerking kan slechts plaatsvinden indien er restcapaciteit beschikbaar is en nadat daartoe conform de procedure, bedoeld in artikel 6, toestemming is verleend. De Commandant Landstrijdkrachten of een door deze aangewezen onderschikte kan schriftelijk toestemmen dat wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal voor de duur van het schieten dan wel de ceremoniële activiteit in gebruik worden gegeven. Aan de toestemming, bedoeld in de vorige volzin kunnen voorwaarden worden verbonden.
2. De medewerking wordt alleen verleend voor zover militaire belangen of andere overheidsbelangen daardoor niet worden geschaad en geschiedt volgens de volgende prioriteitsvolgorde:
a. het Ministerie van Defensie;
b. overheidsinstanties zoals politie en douane;
c. defensieschietverenigingen en studentenweerbaarheidsverenigingen;
d. KNSA-schietverenigingen.
3. Studentenweerbaarheidsverenigingen kunnen éénmaal per jaar, uitsluitend op bij het Ministerie van Defensie in gebruik zijnde terreinen, deelnemen aan oefeningen tezamen met militaire eenheden. De verstrekking van faciliteiten in de vorm van voeding en huisvesting in verband met deze deelname geschiedt kosteloos. De Commandant Landstrijdkrachten of een door deze aangewezen ondergeschikte kan schriftelijk toestemmen dat wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal voor de duur van de oefening in gebruik worden gegeven, met dien verstande dat uitsluitend oefenmunitie ter beschikking kan worden gesteld. Aan de toestemming, bedoeld in de vorige volzin kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. In gebruik gegeven wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal worden niet meegenomen buiten defensieterreinen. Dit lid is niet van toepassing op onklaar gemaakte wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal ten behoeve van ceremonieel gebruik. Indien de in de tweede volzin bedoelde wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal in gebruik worden gegeven voor ceremonieel gebruik buiten defensieterreinen draagt het Commando Landstrijdkrachten er voor zorg dat de voorwaarde wordt gesteld dat genoemd materieel op eerste aanwijzing door of namens de Commandant Landstrijdkrachten, onverwijld wordt ingeleverd bij de functionaris van wie dit materieel is ontvangen.
2. De medewerking wordt alleen verleend voor zover militaire belangen of andere overheidsbelangen daardoor niet worden geschaad en geschiedt volgens de volgende prioriteitsvolgorde:
a. het Ministerie van Defensie;
b. overheidsinstanties zoals politie en douane;
c. defensieschietverenigingen en studentenweerbaarheidsverenigingen;
d. KNSA-schietverenigingen.
3. Studentenweerbaarheidsverenigingen kunnen éénmaal per jaar, uitsluitend op bij het Ministerie van Defensie in gebruik zijnde terreinen, deelnemen aan oefeningen tezamen met militaire eenheden. De verstrekking van faciliteiten in de vorm van voeding en huisvesting in verband met deze deelname geschiedt kosteloos. De Commandant Landstrijdkrachten of een door deze aangewezen ondergeschikte kan schriftelijk toestemmen dat wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal voor de duur van de oefening in gebruik worden gegeven, met dien verstande dat uitsluitend oefenmunitie ter beschikking kan worden gesteld. Aan de toestemming, bedoeld in de vorige volzin kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. In gebruik gegeven wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal worden niet meegenomen buiten defensieterreinen. Dit lid is niet van toepassing op onklaar gemaakte wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal ten behoeve van ceremonieel gebruik. Indien de in de tweede volzin bedoelde wapens, toebehoren, aanvullende uitrusting of ander materiaal in gebruik worden gegeven voor ceremonieel gebruik buiten defensieterreinen draagt het Commando Landstrijdkrachten er voor zorg dat de voorwaarde wordt gesteld dat genoemd materieel op eerste aanwijzing door of namens de Commandant Landstrijdkrachten, onverwijld wordt ingeleverd bij de functionaris van wie dit materieel is ontvangen.